<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:iweb="http://www.apple.com/iweb" version="2.0">
  <channel>
    <title></title>
    <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Columns.html</link>
    <description> </description>
    <generator>iWeb 3.0.3</generator>
    <item>
      <title>Medisch zwijgen</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2011/11/5_Medisch_zwijgen.html</link>
      <guid isPermaLink="false">12f6dfc3-2aed-4e19-8ea3-ed015b585528</guid>
      <pubDate>Sat, 5 Nov 2011 19:26:57 +0100</pubDate>
      <description>Mondje dicht. Dat is voor veel artsen nog steeds de reflex na een medische misser. Een kwart verzwijgt zijn fouten, meldden kranten vorige week. Eerder oordeelde De Consumentenbond al dat het in Nederland bar is gesteld met de openheid rondom medisch falen. &lt;br/&gt;Waarom spelen artsen geen open kaart? Een veelgehoord argument is de vrees voor claims. Zodra dokters schuld bekennen, zouden patiënten dikke schadevergoedingen eisen. Is die angst terecht? In het meest gejuridiseerde land ter wereld, de Verenigde Staten, begonnen ziekenhuisbestuurders een gewaagd experiment. Tien jaar geleden ging in Michigan het roer om. Medisch personeel, patiënten, hun familieleden en zelfs hun advocaten werden actief aangemoedigd om vermoedens van medisch falen te melden. Was er echt iets misgegaan, dan volgde direct excuses en een schadevergoeding.&lt;br/&gt;Wat denkt u? Ziekenhuis failliet? Integendeel. Per honderdduizend patiëntcontacten daalde het aantal claims van 7 naar 4,5. Conflicten werden eerder opgelost en de juridische kosten gingen omlaag. Het beeld van de gedupeerde patiënt als een wraakzuchtige, nekbrace dragende geldwolf klopt van geen kant. Want – verrassing! –  ook patiënten snappen dat artsen fouten kunnen maken. En – verrassing! – ook patiënten hebben geen zin in slepende procedures. Wat patiënten wel willen, zijn artsen die missers eerlijk opbiechten. &lt;br/&gt;Gelukkig zijn er ook in Nederland medici die dat begrijpen. Het Erasmus MC organiseert ‘met de billen bloot’-colleges, waarbij artsen vertellen over hun fouten. Een daarvan is hoogleraar chirurgie Johan Lange, die zich ooit verkeek op de risico’s van een nieuwe kijkoperatie. Hij sneed een verkeerde zenuw door, waarna de patiënt haar linkerhand niet meer goed kon bewegen. Lange had diverse gesprekken met de vrouw, bood zijn oprechte excuses aan. De vrouw besloot de chirurg niet aan te klagen. Wel deed ze hem een verzoek: of hij zoveel mogelijk collega’s wilde vertellen over de mislukte operatie, zodat die er iets van konden leren. Van zwijgen was immers nog nooit iemand beter geworden.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;twitter.com/toniemudde&lt;br/&gt;</description>
    </item>
    <item>
      <title>Het F-woord</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2011/9/17_Het_F-woord.html</link>
      <guid isPermaLink="false">bc318c05-ed71-4f4e-8fcc-51aa134f278a</guid>
      <pubDate>Sat, 17 Sep 2011 19:23:28 +0200</pubDate>
      <description>Het lijkt wel een paringsdans in universitair Nederland. Leiden, Rotterdam en Delft overwegen een fusie. En ook in Amsterdam is het f-woord gevallen. Telkens met het argument dat ‘het geheel meer is dan de som der delen’.&lt;br/&gt;        Bij zulke ambitieuze reorganisaties lijkt het me slim om eerst goed na te denken over de core business. Wat is de kerntaak van een universiteit? Kennis delen en kennis genereren, daar komt het in essentie op neer. Vervolgens is de vraag: gaat dat beter in grote of in kleine groepen? Uit Utrechts onderzoek naar brainstorms blijkt dat drie groepjes van drie meer en betere ideeën verzinnen dan één groep van negen. Het voordeel van kleinschaligheid is dat deelnemers constant ideeën spuien en snel beslissingen nemen. In grote groepen is men vooral druk met het sociale proces. Gedachten als ‘wanneer mag ik wat zeggen?’ hinderen het creatieve denkwerk. &lt;br/&gt;        Dat het geheel vaak juist minder waard is dan de som der delen, blijkt ook uit een recent proefschrift van de Rijksuniversiteit Groningen. Bij 60 tot 80 procent van de bedrijven loopt een fusie uit op een mislukking, concludeert promovendus Killian McCarthy. De schuld ligt bij managers die willen groeien louter om het groeien. Waarom de baas spelen over tien mensen als je ook de baas kunt spelen over twintig mensen?&lt;br/&gt;        Over die groeidrift deed Google-oprichter Larry Page vorige week nog een opvallende uitspraak op het jaarlijkse Zeitgeist-congres. Hij noemde extra bestuurslagen het grootste gevaar voor zijn almaar uitdijende geesteskind. (‘Google’s biggest threat is Google.’) Al die managers maken je organisatie maar log en traag. Voor je het weet word je van je troon gestoten door een paar slimme jongens met een laptop. Page kan het weten: hij begon Google met twee man vanaf Stanford University.&lt;br/&gt;        Best een aardige universiteit trouwens, dat Stanford. En helemaal niet zo groot.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;twitter.com/toniemudde&lt;br/&gt;</description>
    </item>
    <item>
      <title>Enge innovatie</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2011/9/10_Enge_innovatie.html</link>
      <guid isPermaLink="false">6aebaf69-faaf-44a9-a45a-2ce5e6f6fe52</guid>
      <pubDate>Sat, 10 Sep 2011 16:34:44 +0200</pubDate>
      <description>Hoe vaak kun je het woord ‘innovatie’ in één speech laten vallen? Het was weer raak deze week bij de opening van het academisch jaar in de universiteitssteden. Maxime Verhagen haalde in Wageningen de dubbele cijfers. Dat de minister in werkelijkheid vooral warm loopt voor ouderwetse kolencentrales, verzweeg hij wijselijk.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Het nieuwste nummer van Psychological Science legt onze gemengde gevoelens over creativiteit en innovaties genadeloos bloot. Desgevraagd noemden proefpersonen creativiteit héél goed en héél belangrijk. Maar uit een zogeheten Implicit Association Test bleek iets anders. De vrijwilligers moesten woorden aanwijzen die ze wel of niet met creativiteit associeerden. Dit ging zo snel dat het geven van sociaal gewenste antwoorden onmogelijk was. Creativiteit leverde vooral negatieve associaties op, zoals ‘kots’, ‘vergif’ en ‘doodsangst’. Bij een ander experiment bleek bovendien dat de weerstand tegen innovaties groeit in onzekere tijden. Juist dan, wanneer vernieuwing hard nodig is, klampt men zich vast aan het vertrouwde.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Deze week ga ik kijken bij de finale van de Green Challenge, een internationale wedstrijd voor duurzame ideeën. De winnaar krijgt 500.000 euro startkapitaal van de Postcodeloterij. Maar zelfs met zo’n prestigieuze prijs op zak stuiten deelnemers vaak op een muur van onwil. De winnaar van 2007 bedacht een apparaatje om de stroom van je zonnepanelen te delen met je buren. Handig voor als je zelf niet thuis bent op een zonnige dag. Hij sprak met tientallen investeerders, allemaal zeiden ze ‘nee’. Ook ontdekte hij dat stroom leveren aan je buren illegaal is, en dat niemand haast maakte om die wet te veranderen.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aanstaande woensdag bestormen zes nieuwe finalisten het podium met hun ideeën. Aan hun oprechte enthousiasme twijfel ik niet, wel aan dat van de toeschouwers. Mensen zoals ik, in wie een kleine Maxime Verhagen schuilt. Fanatiek klappen voor elke duurzame vondst, maar thuis stiekem kooltjes stoken in de allesbrander en bidden dat alles bij het oude blijft. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;twitter.com/toniemudde&lt;br/&gt;</description>
    </item>
    <item>
      <title>Praktisch</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2011/7/10_Praktisch.html</link>
      <guid isPermaLink="false">6e1d6980-c790-4815-8025-80c2724ae35b</guid>
      <pubDate>Sun, 10 Jul 2011 11:22:33 +0200</pubDate>
      <description>Een klein bericht in de krant en dat was het dan. De Universiteit Utrecht stopt met sterrenkunde. Ook elders heeft de zuivere wetenschap het zwaar. Maxime Verhagen bezuinigt 350 miljoen op fundamenteel onderzoek. Dat geld besteed de minister, op advies van zijn zogeheten ‘topteams’, liever aan toegepaste wetenschap, want daar heb je tenminste wat aan. Zelf ben ik ook opgeleid tot toegepaste wetenschapper. (Lucht- en ruimtevaarttechniek, TU Delft.) Tot welke innovaties praktische figuren zoals ik in staat zijn, bleek deze week weer pijnlijk op de luchtshow van Le Bourget. Een plaat asfalt vol zogenaamd revolutionaire vliegtuigen, die feitelijk een slap aftreksel zijn van dezelfde kerosineslurpende herrieschoppers waar opa ook al mee vloog. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Energie, klimaat, overbevolking. Noem maar een crisis en één ding staat vast: met het uitwerken van bestaande technologieën redden we het niet. Met fundamenteel nieuwe technologieën misschien wel. Ik vraag me af hoe Verhagen denkt dat, ik noem maar wat, Röntgenapparatuur ooit is uitgevonden. Door een 19de eeuws topteam de opdracht te geven botbreuken te lokaliseren? Met de kennis van toen had dat topteam hoogstens innovatieve technieken bedacht om je lichaam open te snijden en een foto van je skelet te maken. Röntgenstraling danken we aan een natuurkundige die, uit pure nieuwsgierigheid, wilde weten hoe elektriciteit werkt. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Ik kan nog honderd van dit soort voorbeelden noemen, maar dan vergeet ik het belangrijkste punt. Hoe zien verre sterrenstelsels eruit? Hoe is het leven op aarde ontstaan? Met het beantwoorden van zulke vragen verdien je misschien geen cent, je wordt er wel een rijker mens van. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Na elke bezuinigingsmaatregel roept dit kabinet dat harde keuzes nu eenmaal nodig zijn. Een argument dat me doet denken aan een anekdote over Winston Churchill. De Britse premier kreeg, in veel zwaardere tijden, het advies drastisch te bezuinigen op kunst. Het antwoord dat hij gaf, is net zo goed toepasbaar op fundamentele wetenschap. &lt;br/&gt;    ‘Maar als we daarop bezuinigen, waar vechten we dan eigenlijk voor?’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;twitter.com/toniemudde&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;</description>
    </item>
    <item>
      <title>Het Jack-effect</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2011/7/2_Het_Jack-effect.html</link>
      <guid isPermaLink="false">ce2758bb-bfee-491a-876e-fbab976473c4</guid>
      <pubDate>Sat, 2 Jul 2011 14:18:11 +0200</pubDate>
      <description>‘Een van de meest erkende communicatiestrategen van Nederland.’ Zo wordt Jack de Vries getypeerd door zijn nieuwe werkgever, het communicatie- en adviesbureau Hill &amp;amp; Knowlton. Ik las het bericht twee keer, afgelopen donderdag in De Volkskrant. Ja, het ging hier echt om dezelfde Jack de Vries die vorig jaar aftrad als staatssecretaris van defensie, nadat hij van bil was gegaan met zijn adjudant. Een slippertje dat hem ook op andere fronten weinig lijkt te deren. Zijn eigen partij - u weet wel, die van het gezin en de normen en de waarden – koos hem deze maand voor het ‘strategisch beraad’. Daar mag Jack de toekomst van het CDA uitstippelen. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Ik snapte niks van deze benoemingen, totdat ik stuitte op het artikel Breaking the rules to rise to power (Social Psychological and Personality Science). Amsterdamse onderzoekers confronteerden proefpersonen met allerlei varianten van normoverschrijdend gedrag. Bijvoorbeeld een video van een man die een café binnenkomt, zijn voeten op de stoel tegenover hem legt en de as van zijn sigaret op de vloer laat vallen. Of een boekhouder die tegen een collega zegt: ‘Dit ontdekken externe accountants nooit, we komen er wel mee weg. Af en toe mag je de regels best bijbuigen.’ Controlegroepen zagen cafégangers en boekhouders die zich wel netjes aan de fatsoensnormen hielden.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Na afloop vulden de proefpersonen vragenlijsten in. Wat bleek? Doordat een normoverschrijder uitstraalt dat hij zelf de regels bepaalt, zien we hem eerder als degene die het voor het zeggen heeft. Het bekende psychologische effect ‘macht corrumpeert’ werkt dus ook andersom. Een brave Hendrik vinden we ongeschikt als baas. Juist iemand die het niet zo nauw neemt met de regels, zien we als potentiële leider. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;De onderzoekers beweren een primeur te hebben met deze ontdekking. Maar Jack wist het natuurlijk allang. Dacht u nou echt dat ‘een van Nederlands meest erkende communicatiestrategen’ in een bui van geilheid op zijn adjudant zou springen? Het was een uitgekiende carrièremove. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;twitter.com/toniemudde  &lt;br/&gt;</description>
    </item>
    <item>
      <title>Nobel advies</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2011/5/28_Nobel_advies.html</link>
      <guid isPermaLink="false">e33718a3-3494-43f1-a68f-2ac5c437fc62</guid>
      <pubDate>Sat, 28 May 2011 14:35:52 +0200</pubDate>
      <description>Nobelprijswinnaar Elizabeth Blackburn gaat een handeltje beginnen. De Amerikaanse bioloog lanceert dit jaar een nieuwe gezondheidstest. Voor zo’n 200 dollar doorzoekt haar bedrijf Telome Health je speeksel of bloed op telomeren. Hoe korter die stukjes dna, hoe ouder je cellen. Blackburns test lijkt op een high tech versie van het tv-programma Je Echte Leeftijd. Volgens mijn paspoort ben ik 32, maar hoe afgetakeld zijn mijn cellen?&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Meten is weten, zo luidt het gezegde. Maar wat weet ik als mevrouw Blackburn mij voor 200 dollar wijst op mijn opvallend korte telomeertjes? Moet ik dan als de wiedeweerga op een operatietafel springen omdat mijn voorste hersenslagader op knappen staat? Nee, zo nauwkeurig is die test niet. Uit Blackburns metingen volgen alleen algemene conclusies. Bijvoorbeeld dat mijn 32-jarige telomeren meer lijken op die van een 40-jarige. Waar dat door komt? Tja, kan van alles zijn. Psychische stress, roken, overgewicht, hart- en vaatziekten, kanker: het is allemaal al eens in verband gebracht met korte telomeren. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Wil ik echt weten wat mij mankeert, dan moet ik meer testjes doen, die ook geen zekerheid zullen geven, behalve dat ik grijze haren krijg van ongerustheid en mijn telomeren zienderogen verder verschrompelen. Terwijl ik me prima voelde voordat ik mijn spuug naar Blackburn op de post deed… &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;De Nobelprijswinnaar zelf hoopt vooral dat haar telomerentest mensen aanzet tot ‘lifestyle changes’. Gezonder eten, meer bewegen, minder stressen. Briljant, dat ik daar zelf nooit aan had gedacht. Al jaren kom ik na een lange dag kantoor hijgend de trap op, met mijn spijkerbroek steeds strakker klemmend om mijn buik. Nooit wist ik wat ik daar tegen moest doen. Maar nu, dankzij deze Nobelprijswaardige test, vallen de schellen van mijn ogen. Ik moet gewoon gezonder eten, meer bewegen en minder stressen! Ik stop direct met deze column om fruitsap te persen en een yogamatje te kopen. Elke dag tien zonnegroetjes voor mevrouw Blackburn, een man moet tenslotte aan zijn telomeertjes denken. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;a href=&quot;http://www.twitter.com/toniemudde&quot;&gt;twitter.com/toniemudde&lt;br/&gt;&lt;/a&gt;</description>
    </item>
    <item>
      <title>Prachtwijk - zomerfeuilleton voor Het Parool</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2010/7/25_Prachtwijk_-_zomerfeuilleton_voor_Het_Parool.html</link>
      <guid isPermaLink="false">87b7ac15-9f96-42f1-a37e-4dede99303c7</guid>
      <pubDate>Sun, 25 Jul 2010 15:24:38 +0200</pubDate>
      <description>&lt;a href=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2010/7/25_Prachtwijk_-_zomerfeuilleton_voor_Het_Parool_files/parool_logo.png&quot;&gt;&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Media/object028_1.png&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:216px; height:33px;&quot;/&gt;&lt;/a&gt;Aflevering 1&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Olivier rolt zijn voorwiel in het fietsenrek, wikkelt het kettingslot van zijn zadel, aanschouwt het tafereel voor zijn voordeur. Vijf jongens, malende kaken, handen gravend in chipszakken. Naast hem klikt Lara haar lampjes van haar fiets. Het was een perfecte avond geweest. Ze zaten vooraan in een volle Kleine Komedie, bij een cabaretier die zij, Olivier en Lara, jaren geleden hadden ‘ontdekt’ toen nog niemand zijn naam kende. Ze lachten zoals ze al maanden niet meer hadden gelachen. Hardop, van diep uit de onderbuik. Maar nu zijn ze stil. Want het is weer zover, de dagelijkse confrontatie met de buurtjeugd.&lt;br/&gt;    Olivier bukt voorover, loodst zijn kettingslot door frame en spaken. Klik, op slot. Hij komt overeind, kijkt weer naar het ontvangstcomité, voelt hoe zijn bilspieren zich aanspannen. Overdag, tussen 9 en 6, adviseert hij grote bedrijven en overheidsinstellingen, kan als geen ander uitleggen hoe duurzaamheidsparameters doordringen tot in de haarvaten van de organisatie. Sinds kort staat er senior op zijn visitekaartje. Maar hier, in dit hoekje van de Oosterparkbuurt, is dat allemaal niets waard. Hier is hij gewoon een kalende dertiger in een windbreker. Bril hoog op de neus, zweetdruppeltjes op zijn bovenlip.&lt;br/&gt;    Sorry, mag ik er even langs? Moeten jullie die scooter pal voor de deur zetten? &lt;br/&gt;    De zinnen in zijn hoofd vermengen zich met een visioen. Hij bloedend op de stoeptegels, Lara gillend naast hem. Voorbijgangers die toekijken met grote ogen of snel doorlopen. Een volgende schop tegen zijn schedel, een felle steek ergens in zijn hersenen, een rolstoel, een rietje, een kort bericht in Het Parool.&lt;br/&gt;    Kunnen jullie ergens anders gaan hangen? &lt;br/&gt;    Wat moet hij zeggen? Hoe moet hij het zeggen? Hoe moet hij erbij kijken? &lt;br/&gt;    Beweging in zijn ooghoeken, Lara glipt langs hem, schuift de band van haar handtas hoger op haar schouder. Het getik van haar hakken heeft op de jongens het effect van een lokroep. Draaiende hoofden, vijf paar starende ogen. &lt;br/&gt;    Erachteraan.&lt;br/&gt;    Olivier zet aan om Lara in te halen. Zijn pas krijgt er iets onnatuurlijks van, een snelwandelaar in een pantalon. Net op tijd is hij bij haar, zodat ze zij aan zij staan wanneer ze hun verzoek indienen. Of ze er even langs mogen. Alsjeblieft.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aflevering 2&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Olivier kan de slaap niet vatten. Net als hij zichzelf voelt wegzakken, wordt hij weer wakker geschud door de geluiden van de straat. Een lach, een roep, een rochel. Altijd maar dat gerochel, alsof ze een genetische afwijking in hun speekselklieren hebben.&lt;br/&gt;    Het raam sluiten is geen optie, Lara wil frisse lucht. Slaapt ze? Hij luistert naar haar ademhaling, diep en kalm. Eerder deze avond dacht hij nog dat ze zouden gaan vrijen. Hoe ze haar hand op zijn bovenbeen legde in het theater, de blikken die ze wisselden op de fiets terug naar huis. &lt;br/&gt;    Wanneer is de stemming omgeslagen? Olivier kan het moment precies aanwijzen: tijdens de korte woordenwisseling met de hangjeugd voor de deur.&lt;br/&gt;    ‘Mogen we er even langs alsjeblieft?’ &lt;br/&gt;    Lara was hem te snel af geweest, zij had de jongens aangesproken, terwijl hij zich voelde als een kind dat zich verschuilt achter de rok van zijn moeder.&lt;br/&gt;    De leider van het stel was makkelijk te herkennen. Hij onderscheidde zich van de rest doordat hij geen chips at, maar komkommers. De godganse dag toverde hij voorgesneden stukjes uit zijn jaszakken, die hij eerst een tijdlang als een dikke sigaar in zijn mondhoek hield, om ze daarna pas op te eten.&lt;br/&gt;    De komkommerknager keek Olivier grijnzend aan, groene prut tussen zijn tanden.&lt;br/&gt;    ‘Tuurlijk mevrouw,’ zei hij en verplaatste zijn scooter.&lt;br/&gt;    1:07 uur op de alarmklok. Eindelijk is het stil, eindelijk zijn ze weg, maar Olivier ligt op bed met zijn ogen open. Zelfs als ze er niet zijn, dan zijn ze er. Elke ochtend als hij zijn voordeur opent, is de stoep bezaait met zakken chips, blikjes Red Bull en aangevreten komkommers.&lt;br/&gt;    Mijn kuiten… zwaar. Mijn schenen… zwaar. Mijn knieën… zwaar. Normaal valt hij in slaap voor hij bij zijn middenrif is, maar nu werkt de ontspanningsoefening niet. Telkens ziet hij de grijnzende koppen van Komkommermans en zijn kornuiten. &lt;br/&gt;    Is het zijn houding? Moet hij zich breed maken? De kin iets omhoog steken? Nee, ze zouden er doorheen prikken. Ze zien het aan hem af, ze ruiken het, hij heeft in zijn 33-jarig bestaan nog nooit een klap uitgedeeld of ontvangen. De dreiging van lichamelijk geweld, dat is het probleem, dat is wat hem radeloos maakt.  &lt;br/&gt;    Hij draait zich naar zijn nachtkastje, pakt zijn telefoon. Om Lara niet wakker te maken, houdt hij zijn hand voor het oplichtende schermpje. Met een paar vingerbewegingen opent hij google.&lt;br/&gt;    Het is kwart voor twee ’s nachts en Olivier zoekt op “zelfverdediging”. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aflevering 3&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;In een rij staan ze achter elkaar, Olivier en zijn medecursisten, in een afgehuurd gymzaaltje in de Indische buurt. De opdracht is duidelijk, de instructeur heeft het net voor gedaan. Om de beurt moeten ze zich melden bij de mat die rechtop tegen de muur staat. Eén keer schoppen, twee keer slaan, achteraan aansluiten. &lt;br/&gt;    ‘Twintig centimeter achter het doelwit mikken,’ zegt de instructeur. ‘Je moet er dóórheen slaan. Oké? Daar gaan we!’ &lt;br/&gt;    De eerste in de rij maakt zich los. Een 65plusser valt met gestrekt been in de mat, slaat links, slaat rechts. Als hij zich omdraait, zit zijn kapsel alsof hij net uit een tornado is gestapt.    &lt;br/&gt;    ‘Schreeuw er maar bij,’ roept de instructeur.&lt;br/&gt;    De geur van oud zweet, stofdeeltjes zwevend bij de ramen, een hoge gil, drie doffe ploffen.&lt;br/&gt;    Olivier is bijna aan de beurt. Zijn T-shirt plakt tegen zijn rug en opeens ziet hij het patroon. Hoe zijn ouders hem vroeger leerden dat een stemverheffing een zwaktebod is, hoe hij op het schoolplein altijd naar de rustigste kinderen trok, hoe hij koos voor tennis, squash en hardlopen, allemaal sporten waarbij je de ander niet hoeft aan te raken. Geen schouderduw, geen sliding, geen opstootjes bij de zijlijn. &lt;br/&gt;    ‘Volgende!’&lt;br/&gt;    Hij ademt diep in, voelt hoe de lucht zijn borst vult, weet niet of hij er toe in staat is. Zo hard mogelijk schoppen, zo hard mogen slaan, zo hard mogelijk schreeuwen.&lt;br/&gt;    Bam, bam, bam. In een flits is het voorbij, verbaasd kijkt hij naar zijn handen, die gloeien en tintelen. Pas als hij achteraan de rij sluit, wordt hij zich weer bewust van zijn omgeving. Twee ogen die hem aankijken, een glimlach. &lt;br/&gt;    ‘En? Was ‘t lekker?’&lt;br/&gt;    Het is dezelfde vrouw die Olivier ook al opviel tijdens de warming up. Ze moesten ‘zonnegroetjes’ maken en hij genoot van het uitzicht, haar strakke billen in haar strakke joggingsbroek.&lt;br/&gt;    ‘Heerlijk. Dank je.’&lt;br/&gt;    Van achteren schatte hij haar op begin twintig, maar nu ziet hij de groefjes rond haar ogen, de plooien bij haar hals. Veertig, gokt hij, en geeft haar in gedachten nog wat labels: gescheiden, geen kinderen, financieel onafhankelijk, in bezit van motorrijbewijs.  &lt;br/&gt;    De rij voor hen slinkt, nog twee, nog één… Olivier steekt zijn hand uit en stelt zich voor.&lt;br/&gt;    ‘Ramona,’ zegt ze, draait zich om, stapt rustig op de mat af. Dan versnelt ze en vult het lokaal met haar schreeuw.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aflevering 4&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;‘Olivier doet tegenwoordig aan zelfverdediging.’&lt;br/&gt;    Olivier draait een gammele kurkentrekker in een fles rosé, hoort de spot in Lara’s stem, de verbaasde kreetjes van hun gezelschap, Joost en Claire. &lt;br/&gt;    ‘Zelfverdediging?’ vraagt Joost, kauwend op een toastje. ‘Waarom dat?’&lt;br/&gt;    Olivier zet kracht, voelt de kurk in beweging komen, kent Lara lang genoeg om te weten dat zij voor hem zal antwoorden.&lt;br/&gt;    ‘Hij vindt dat hij weerbaarder moet worden.’ &lt;br/&gt;    Plop. Olivier zet de fles op het mintgroene kleed, pakt vier plastic bekers, laat er van schrik een vallen als hij een dreun tegen zijn bovenarm voelt.     &lt;br/&gt;    ‘En?’ vraagt Joost, terwijl hij zijn vuisten beweegt als een bokser. ‘Werkt het een beetje, ouwe Schwarzenegger?’ &lt;br/&gt;    Pijnscheuten schieten door zijn arm, maar het ergste moet nog komen: Lara’s reactie. Ze wrijft over zijn knie, zegt ‘ahhh’, en dan tegen Joost: ‘Gemenerik, hij heeft pas vier lessen gehad.’&lt;br/&gt;    Olivier staart voor zich uit, naar de koeltas, naar de frisbee met het logo van zijn werkgever, naar de schimmel onder Joosts teennagel. Hij had direct moeten reageren. Páts, op zijn adamsappel, zoals hij het geleerd heeft. Nu is het te laat, nu kan hij niets anders doen dan de pijn verbijten, de glazen volschenken en zich dood ergeren aan Lara’s aaiende hand op zijn knie.&lt;br/&gt;    Ze moest eens weten. Hoe hij gisteren bij de les zijn handen om de keel van zijn vaste sparringpartner vouwde.&lt;br/&gt;    ‘Doe het nu eens hard,’ vroeg Ramona. ‘Alsof je me echt wil wurgen.’&lt;br/&gt;    Even aarzelde hij, maar toen kneep hij haar keel dicht. Boven zijn trillende armen zag hij hoe de schrik in haar ogen schoot, hoe ze rood aanliep, hoe ze zich schrap zette voor de bevrijdingstruc. Ze zwaaide haar arm over zijn gestrekte armen, draaide haar lichaam mee, wrikte zich los, veerde terug met haar elleboog richting zijn rechteroog, stopte net op tijd.&lt;br/&gt;    ‘Ha!’ zei ze. ‘Nu mag ik jou wurgen.’&lt;br/&gt;    Na afloop, op de parkeerplaats naast de gymzaal, bekeken ze zichzelf om de beurt in de zijspiegel van een bestelbus. Bij hem viel het mee, maar op haar nek groeiden paarse vlekken. &lt;br/&gt;    ‘Moet je kijken,’ zei ze, en wees naar een duimafdruk. Zijn duimafdruk.&lt;br/&gt;    Ze draaide zich om, glimlachte verleidelijk, stond zo dichtbij dat hij haar kon ruiken, zo dichtbij dat hij zijn hoofd maar naar voren hoefde te kantelen om…&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aflevering 5&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;‘Zal ik nog een stukje met je meerijden?’ vraagt Ramona.&lt;br/&gt;    Olivier legt zijn sporttas op zijn bagagedrager, doet zijn best om haar niet aan te kijken, maar als hij de snelbinders aantrekt, glijdt zijn blik toch even naar haar middel. Tijdens de les oefenden ze een wurggreep van achter. Je moest je bevrijden door de ander in het kruis te grijpen. Net alsof, maar daar hield Ramona zich niet aan. Hij voelt nog hoe haar hand zich tussen haar onderrug en zijn buik wurmde, omlaag bewoog, en kort zijn ballen streelde.&lt;br/&gt;    En nu dit: of ze een stukje mag meerijden. Hij was sterk geweest de afgelopen weken, er was niets onbehoorlijks gebeurd. Oké, bij de vloeroefeningen hielden ze elkaar langer vast dan strikt noodzakelijk, steviger ook. En oké, in gedachten had hij die strakke joggingsbroek al honderd keer van haar billen gerukt. Maar toch: strikt gezien was er nog niets gebeurd.&lt;br/&gt;    Hij zwaait zijn been over zijn fiets, kijkt haar aan. De laatste les zit erop, als hij nu ‘nee’ zegt, zien ze elkaar nooit meer. &lt;br/&gt;    ‘Is dat een ‘ja’?’ vraagt ze.&lt;br/&gt;    Zij aan zij fietsen ze over de Linnaeusstraat. Het is donderdagavond en Olivier vervloekt Lara. Waarom is ze juist deze week op congres in Kopenhagen? Waarom kan haar vliegtuig niet elk moment op Schiphol landen? Dat zou het afscheid met Ramona straks een stuk makkelijker maken. Praktischer. Drie zoenen op de wang en vaarwel, have a nice life.&lt;br/&gt;    Een stukje meefietsen, dat was de afspraak, maar nu kijken ze elkaar zwijgend aan bij het fietsenrek voor zijn huis. Verderop, bij Snackbar Sphinx, klinken de geluiden van de hangjeugd. De scooters, het gelach, het gerochel. Normaal had dit hem gestoord, maar nu is er alleen Ramona, de klontjes mascara in haar wimpers, de druk van haar borsten tegen zijn lijf, haar stem in zijn oor.&lt;br/&gt;    ‘Weet je hoe vaak je me vanavond hebt gezegd dat je vriendin in het buitenland is?’&lt;br/&gt;    ‘Nee.’&lt;br/&gt;    ‘Drie keer.’&lt;br/&gt;    ‘Echt?’&lt;br/&gt;    ‘Ja. Dus ga je me nog mee naar binnen vragen of hoe zit dat?’&lt;br/&gt;    Met zijn arm om haar heen loopt hij naar zijn voordeur. Zijn sleutels branden in zijn hand en hij heeft nog nooit zo genoten van zijn straat. De schotels op de balkons, glimmend in de avondzon, de kakofonie aan geluiden, de deurbellen zonder naamplaatjes, de vreemde vrouw aan zijn zijde die haar hand in zijn kontzak schuift, het heerlijk anonieme Amsterdam-Oost.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aflevering 6&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Een lome zondagavond, een wandeling, ijsjes halen.&lt;br/&gt;    Lara bestelt wat ze altijd bestelt, één bolletje aardbei en één bolletje citroen, in die volgorde, ze wil van zuur naar zoet likken. &lt;br/&gt;    ‘En voor hem…’ begint ze, want hij neemt altijd vanille en straciatella. &lt;br/&gt;    ‘Wacht,’ zegt Olivier. ‘Hoe heet die felroze? Bubblegum? Ja, doe die maar. Drie bolletjes.’ &lt;br/&gt;    Ze slenteren naar huis, likkend aan hun ijsjes. &lt;br/&gt;    ‘Voor de rest alles goed?’ vraagt Lara.&lt;br/&gt;    ‘Uitstekend,’ zegt Olivier, met zijn smaakpapillen op ontploffen. Het is heerlijk en smerig tegelijkertijd.&lt;br/&gt;    Zijn nacht met Ramona is alweer een week geleden, toch lijkt het alsof hij haar nog voelt. In zijn bovenbenen, in zijn kruis. Ze hielden zich aan de afspraak: geen sentimenteel gedoe, geen sms-jes, geen e-mails. Eén nacht bij hem thuis toen Lara in het buitenland was. Daarna basta.&lt;br/&gt;    Met zijn tong duwt Olivier een stukje van het hoorntje uit zijn kiezen. Vanachter de bomen verschijnt hun straat. De hangjeugd is er weer. Het bekende plaatje: honkbalpetjes, een scooter pal voor hun voordeur, de stoep bezaaid met het eigenaardige handelsmerk van de bendeleider: aangevreten komkommers.&lt;br/&gt;    En nu is het klaar. Olivier stapt op de jongens af, positioneert zich voor Lara, richt zijn blik op de leider, zijn komkommerkauwende kwelgeest. &lt;br/&gt;    De jongen zit op zijn scooter, kauwt met open mond. &lt;br/&gt;Olivier knikt naar zijn deur, zegt het met zijn ogen: daar woon ik, je staat in de weg, ophoepelen. &lt;br/&gt;    Lange seconden kijken ze elkaar aan, twee Amsterdammers strijdend om een paar vierkante meter territorium. Tot voor kort had Olivier dit staargevecht verloren, maar nu voelt hij zich sterk. Met elke les zelfverdediging groeide zijn zelfvertrouwen: hij kon slaan, hij kon schoppen, hij was een man.&lt;br/&gt;    Olivier is voorbereid op alles. Een scheldpartij, een duw tegen zijn borst. Maar niet op dit: de jongen tuit zijn lippen in een kus, geeft hem dan een knipoog. Als zijn handlangers beginnen te lachen, wordt Olivier week in zijn benen. Had een van hen hem gezien met Ramona? Deed de hangjeugd aan sociale controle?&lt;br/&gt;    De jongen steekt triomfantelijk een nieuw stuk komkommer in zijn mond, rolt dan de scooter van de standaard, maakt ruim baan.&lt;br/&gt;    Gehaast pakt Olivier zijn sleutel uit zijn broekzak, opent de deur, gebaart Lara dat zij hem voor moet gaan. Hij ziet haar grote ogen, de groeiende frons op haar voorhoofd. Als hij de deur achter zich dicht trekt, kruipt door de laatste kier een stem.  &lt;br/&gt;    ‘Fijne avond meneer.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;</description>
      <enclosure url="http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2010/7/25_Prachtwijk_-_zomerfeuilleton_voor_Het_Parool_files/parool_logo.png" length="12054" type="image/png"/>
    </item>
    <item>
      <title>Titaantje op het boekenbal</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2010/3/9_Titaantje_op_het_boekenbal.html</link>
      <guid isPermaLink="false">18645b2c-21fb-4d9a-8fc9-8dc39610ae79</guid>
      <pubDate>Tue, 9 Mar 2010 16:02:22 +0100</pubDate>
      <description>&lt;a href=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2010/3/9_Titaantje_op_het_boekenbal_files/LogoNRCNEXT.jpg&quot;&gt;&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Media/object029_1.jpg&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:336px; height:71px;&quot;/&gt;&lt;/a&gt;Debuterend romanschrijver Tonie Mudde twitterde deze week voor &lt;a href=&quot;http://www.nrcnext.nl/blog/2010/03/09/twitterende-titaantjes-vanaf-het-boekenbal/&quot;&gt;nrc.next&lt;/a&gt; live vanaf zijn eerste boekenbal. Hier de volledige versie van zijn avonturen.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Stadsschouwburg Amsterdam, 01:27 uur. Aan de rand van de dansvloer staat een man met een plastic laurierkrans op zijn hoofd. Hij staart lang en aandachtig naar het decorstuk dat aan twee metaaldraden aan het plafond hangt. Het is een felgekleurde houten plaat met de tekst ‘Battle of the Spoken Word’. Het ding is zeker 1 meter bij 2 meter en ziet er zwaar uit. De man – jaar of dertig, blonde krullen - kijkt over zijn schouder. Uit de speakers klinken drums en saxofoon, een vrouw die op Connie Palmen lijkt, doet de twist. Met beide handen pakt de man de houten plaat vast. Hij begint te trekken. Eerst voorzichtig, dan steeds harder, met rood aangelopen gezicht. Vanaf mijn plek bij de bar sla ik hem gade. Vanochtend dacht ik nog dat het geintje was, een mythe. Maar nu lijkt het toch echt te gaan gebeuren: het boekenbal loopt ten einde, de gasten beginnen het decor af te breken.&lt;br/&gt;    Vijfeneenhalf uur eerder. Rij 15, stoel 11, hebbes. Ik plof in mijn stoel voor de start van mijn eerste boekenbal. Het programmaboekje belooft optredens van auteurs als Adriaan van Dis, Midas Dekkers en Ramsey Nasr. Ook in het publiek veel bekende gezichten. Twee stoelen naar links: Kluun. Paar rijen naar voren: Charlotte Mutsaers. Ik pak mijn telefoon en twitter: “Het is net alsof ik tussen allemaal achterflappen zit.”              Reply van een follower: “Je bent zelf een achterflap.”&lt;br/&gt;    Na het laatste applaus schuifel ik met een broekzak vol drankmuntjes door de verschillende feestruimtes, telefoon in de hand om de laatste societynieuwtjes te twitteren. In een paar uur tijd spreek ik onder andere een schrijvende dokter, een schrijvende kickbokser en een schrijvende radiopresentator. Een redelijk bekende nonfictie-auteur fluistert in mijn oor: “Weet je wat de truc is om in de krant te komen? Je moet op de rode loper je arm om een écht beroemde schrijver slaan. Dan kunnen ze je niet van de foto afknippen.” &lt;br/&gt;    Die onthouden we voor volgend jaar.&lt;br/&gt;    Rond middernacht hijg ik uit in de Ajaxfoyer, waar ik mijn verkrampte twittervingers om een glas cola vouw. Aan het andere eind van de bar staat Tommy Wieringa. Onze blikken kruisen elkaar. Voor hem een moment van niks, voor mij toch even slikken. Hij ziet er precies zo uit als op zijn auteursfoto: als een sfinx torent hij uit boven de gewone stervelingen. Pas wanneer hij een sigaret opsteekt, neemt hij weer aardse proporties aan. Van een schrijver als Wieringa verwacht je toch dat hij op licht en bliksem leeft, niet op shotjes nicotine.&lt;br/&gt;    Dansvloer, 01:31 uur. De man met plastic laurierkrans trekt nog steeds aan het decorstuk boven zijn hoofd. Inmiddels weet ik dat hij een dichter is en kampioen Poetry Slam. Vorig jaar ontvreemdde hij een koffer vol engelenvleugels, deze keer moet het groter, spectaculairder. Hij rukt weer aan het decorstuk, gaat er zelfs even aan hangen, voeten in de lucht. Zijn gezicht wordt steeds roder en zijn laurierkrans hangt half over zijn voorhoofd. “Volgens mij is het vurenhout”, kreunt de dichter. “Ik krijg er geen beweging in.” Dan, uit het niets, verschijnt een tweede man ten tonele. Zwart pak, korte coupe, stevig postuur. Opvallend soepel klimt hij via een steigerbuis omhoog. Hij pakt een nijptang uit zijn binnenzak en knipt de twee metaaldraden van het decorstuk los. De man springt naar beneden en geeft de houten trofee aan de dichter. “Voor mij?” vraagt die met grote ogen. Niet veel later zwalkt hij zielsgelukkig naar de uitgang, met een decorstuk groter dan een surfplank onder zijn arm. &lt;br/&gt;    “Neem je altijd een nijptang mee naar het boekenbal?” vraag ik de mysterieuze man, die bijzonder nuchter oogt. Hij glimlacht minzaam en zegt: “Ja, ik ben namelijk van de facilitaire dienst. Het is levensgevaarlijk, al die auteurs die aan decorstukken gaan hangen. Ik bied ze de helpende hand met mijn tangetje. Maar ze mogen thuis gerust vertellen dat ze het zelf hebben gedaan hoor. Laat ze er maar een mooi verhaal van maken.”&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;</description>
      <enclosure url="http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2010/3/9_Titaantje_op_het_boekenbal_files/LogoNRCNEXT.jpg" length="14238" type="image/jpeg"/>
    </item>
    <item>
      <title>De klauw</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2006/5/10_De_klauw.html</link>
      <guid isPermaLink="false">f5d497c9-c624-4d37-93a5-a33f42f696a8</guid>
      <pubDate>Wed, 10 May 2006 20:51:57 +0200</pubDate>
      <description>Drie ingenieurs verwonderen zich over de mens en zijn apparaten. Aflevering 8: de grijpautomaat.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Eindelijk was er weer kermis in de stad. Met een broekzak vol rinkelende guldens liep ik, tien jaar oud met buitenboordbeugel, direct naar de grijpautomaten. Geroutineerd cirkelde ik rondjes om felverlichte kasten met namen als Mr. Claw en Gold Digger. Daar loeide de sirene weer: ‘Jeppa, Jeppa! Wie p-p-pakt die prijzen?’ &lt;br/&gt;	De truc was een zwak prooi uit te kiezen. Een kast met een paar uurwerkjes op een hoopje, vlakbij het prijzenluikje, dan maakte je de grootste kans. &lt;br/&gt;	Ik koos voor de Watch Box. Gulden erin, handen aan de knoppen. Met de linker stuurde ik de grijper eerst voorwaarts en dan zijwaarts. De rechterknop was voor de grand finale. Dan zakte de opengesperde klauw richting het horloge, dan p-p-pakte ik die prijzen. &lt;br/&gt;	Tenminste, dat was de bedoeling. Want meestal schudde de grijper zo wild dat ik niets dan piepschuim hapte. Of hij pakte mijn favoriete horloge weliswaar op, maar liet hem vlak voor het prijzenluikje weer vallen. Een zorgvuldig gekozen spoelstroompje zorgde er voor dat de knijpkracht van de grijper telkens weer een millinewton te laag uitviel. Pas vele jaren later zou ik daar bewondering voor krijgen. Grijpautomaten, fruitmachines en andere gokkasten: het is de imperfectie tot in de perfectie uitgewerkt. &lt;br/&gt;	Een verslaving moet gevoed worden, dus natuurlijk won ik soms wél. ‘Jeppa, Jeppa!’ riep de uitbater dan. ‘Alweer een winnaar mensen!’&lt;br/&gt;	Thuis stalde ik mijn buit uit op mijn nachtkastje. &lt;br/&gt;	‘Wat moet je met die rommel?’ zei mijn vader. ‘Die lui kopen het in per kilo. Zelfs als je wint maken ze nog winst.’ &lt;br/&gt;	Pfff, dacht ik, je bent gewoon jaloers op mijn zilveren Bolex, Made in China. En op mijn Koreaanse Kulsar met ingebouwde rekenmachine. &lt;br/&gt;	Onder mijn dekens speelde ik met de verlichting van de display. Ik flitste het morsesignaal voor S.O.S., net zo lang tot de batterij ermee stopte. &lt;br/&gt;	Een kwartiertje.&lt;br/&gt;</description>
    </item>
    <item>
      <title>Space Ahh</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Columns/Artikelen/2006/4/20_Space_Ahh.html</link>
      <guid isPermaLink="false">95229244-49a2-4c82-bdb0-8f27cf4e50ee</guid>
      <pubDate>Thu, 20 Apr 2006 20:47:43 +0200</pubDate>
      <description>Drie ingenieurs verwonderen zich over de mens en zijn apparaten. &lt;br/&gt;Aflevering 4: de synthesizer.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Na vijf jaar stof vangen in het opberghok besluit ik hem weer in de woonkamer te zetten. Mijn Roland JV-80 Multi Timbral Synthesizer, 192 verschillende muziekinstrumenten in één apparaat. Links zit een plastic hendeltje, modulation &amp;amp; bender, om de gitaren te laten janken. Maar natuurlijk niet zoals een echte gitarist dat doet: op zijn knieën glijdend naar de blozende blondine op rij één. &lt;br/&gt;	In de schoolband ontdekte ik het tragische lot van de toetsenist. Ver buiten de spotlights zat ik vastgeklonken aan mijn instrument. Vanuit mijn onzichtbare kooi keek ik toe hoe swingende zangers, blazers en gitaristen voor op het podium de show stalen. Mijn eigen bewegingsvrijheid was beperkt tot een ritmisch knikken van het hoofd, als een gek in een isoleercel.  &lt;br/&gt;	Jan Hammer, bekend van de Miami Vice-soundtrack, moet er ook last van hebben gehad. In de jaren tachtig maakte hij kortstondig furore met een Keyboard Guitar, een synthesizer die je als een gitaar om je nek hangt. Het zag er bijzonder oncomfortabel uit, de vingers maakten een knik waarbij arbeidsinspecteurs bleek zouden wegtrekken. Maar chronische RSI moest een toetsenist er blijkbaar voor over hebben, om eindelijk met hoog opgetrokken knie over het podium te kunnen stuiteren. Toch heb ik ze na Jan Hammer nooit meer gezien, die Keyboard Guitars. Ongetwijfeld door het gebrek aan speelgemak. Maar ook zeker door de uitstraling. Laten we eerlijk zijn, het apparaat heeft de sex appeal van een plastic voorbindlul. Een toetsenist die denkt dat hij gitarist is: niets zo onaantrekkelijk als een wannabe. &lt;br/&gt;	Vandaag zet ik mijn Roland JV-80 laag op zijn standaard. Daar zit ik dan, op mijn kruk met mijn koptelefoon op. Heftig hoofdknikkend op de zwoele akkoorden van geluidje nummer B38: Space Ahh. &lt;br/&gt;	Iets zegt me dat het met Jan Hammer precies zo is afgelopen.&lt;br/&gt;</description>
    </item>
  </channel>
</rss>

