<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss xmlns:iweb="http://www.apple.com/iweb" version="2.0">
  <channel>
    <title></title>
    <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen.html</link>
    <description> </description>
    <generator>iWeb 3.0.1</generator>
    <item>
      <title>Dagboek van een proefdier</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/13_Dagboek_van_een_proefdier.html</link>
      <guid isPermaLink="false">8f9a43e0-6b80-470e-b4f3-38ff4b51951d</guid>
      <pubDate>Mon, 13 Apr 2009 16:50:37 +0200</pubDate>
      <description>&lt;a href=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/13_Dagboek_van_een_proefdier_files/Dagboek%20van%20een%20proefdier%20Quest%20Tonie%20Mudde.jpg&quot;&gt;&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Media/object010_1.jpg&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:251px; height:188px;&quot;/&gt;&lt;/a&gt;Hoe ziet het leven van een proefdier eruit? Van zijn geboorte tot zijn dood volgde Quest een laboratoriummuis in een proefdiercentrum. Hier de eerste twee afleveringen van de vervolgserie. De overige afleveringen staan op &lt;a href=&quot;http://www.quest.nl/braintainment/pijlers/wetenschap/dagboek-van-een-proefdier&quot;&gt;quest.nl.&lt;/a&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aflevering 1: De Geboorte &lt;br/&gt;Al in de kleedkamer ruik je de typische knaagdierengeur van zaagsel en ontlasting. Vanaf dit punt in het ‘Muizenhuis’ draagt iedereen een schoon chirurgenpak, een mondkapje, haarnetje, latex handschoenen en hoesjes om de schoenen. Het Animal Research Institute van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (ARIA) zet elk jaar zo’n 15.000 muizen en ratten in voor wetenschappelijke experimenten. Eén muis krijgt de hoofdrol in deze serie, om zo een realistisch beeld te geven van hoe het leven van een proefdier eruit ziet. Een verzorgster opent de deur van een van de muizenvertrekken. De stellingkasten zijn gevuld met kunststof kooitjes, formaat flinke schoenendoos. Om te voorkomen dat de muizen schrikken van het geluid als er iemand binnenkomt, staat constant de radio aan. ‘Skyradio werkt het beste,’ zegt de verzorgster, ‘dat klinkt de hele dag hetzelfde.’ Ze haalt een kooi Black Six muizen tevoorschijn met acht pasgeboren pups. Hun maagjes bollen wit op door hun roze huid, ze hebben net melk gedronken. Zonder dat de moeder dit erg lijkt te vinden, pakt de verzorgster er een uit de kooi en legt die op haar vingertop. In het proefdiercentrum krijgen de muizen geen naam, maar voor deze serie is dat wel zo praktisch. Het wordt Flits.&lt;br/&gt;Muis mist gen Flits is niet zomaar een muis. Zijn ouders zijn vanwege hun bijzondere eigenschappen uit de Verenigde Staten ingevlogen. Via een langdurig fokproces van eiceldonoren, dekmannetjes en draagmoeders is bij de voorouders van Flits één gen uitgeschakeld. Wetenschappers spreken in zo’n geval van een ‘knock-outmuis’. Net als de mens telt een muis 30.000 tot 40.000 genen. Samen vormen die de programmeercode van het lichaam. ‘Maak twee ogen’, ‘laat het bloed stollen bij een wondje’, ‘vernietig dit virus’: het zijn de genen die bepalen of en hoe dit soort commando’s worden uitgevoerd. Eén van de grootste wetenschappelijke vragen van dit moment is dan ook om uit te zoeken hoe al die genen precies samenwerken, en welke belangrijk zijn bij het veroorzaken of juist bestrijden van bepaalde ziektes.&lt;br/&gt;Nieren zijn mysterie Onderzoeksleider Jaklien Leemans van het AMC vermoedt dat het gen dat bij Flits is uitgeschakeld, de inflammasome, een hoofdrol speelt bij de ontwikkeling van nierziekten. Om erachter te komen of dit ook echt zo is, laat de biologe nierschade opwekken bij Flits en zeven van zijn broers. Hetzelfde gebeurt bij een groep soortgenoten met een normaal pakket genen. Door van beide groepen het ontstaan en herstel van de nierziekte te vergelijken, kunnen de onderzoekers zien wat hierin de rol van het inflammasome is. Leemans: ‘Uiteindelijk kan dit leiden tot nieuwe therapieën voor nierpatiënten. Maar het onderzoek is nu nog vrij fundamenteel. Het draait vooral om inzicht, begrijpen hoe het mechanisme werkt.’ De prijs die voor dit inzicht betaald moet worden, kruipt nog wat dichter tegen zijn moeder aan. Zijn toekomst kent geen geheimen, want die ligt vast in het onderzoeksvoorstel en de werkprotocollen van het proefdiercentrum. Elf weken lang zal Flits geen gebrek hebben aan eten, warmte en schone houtkrullen. Maar in week twaalf zal twee keer een blauwe handschoen verschijnen die hem uit zijn kooitje tilt. Eerst voor een nieroperatie, dan voor de dood.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aflevering 2: Oren of tenen?&lt;br/&gt;Vandaag is het tijd om te 'oren'. Op een verrijdbare houten tafel ligt het gereedschap klaar: scherp schaartje, een in alcohol gedrenkt gaasje en een handjevol kleine afsluitbare plastic bakjes. De muizen zijn nu drie weken oud en hebben een flinke zwarte haardos. De verzorgster 'fixeert' de dieren een voor een, door hun nekvel tussen duim en wijsvinger te pakken. 'Oh lieverd', zegt ze als Flits aan de beurt is. 'Niet zo piepen, ik heb nog niks gedaan.' Dan pakt ze haar schaar en zet twee knipjes. Het afgeknipte stukje oor gaat in een plastic bakje, en Flits mag terug in zijn kooi, waar hij herenigd wordt met zijn broers. De dieren lopen door elkaar maar zijn nu goed van elkaar te onderscheiden. Flits kan het zelf niet zien, maar hij mist een driehoekje in zijn linkeroor.&lt;br/&gt;Dilemma's zijn duivels 'Gering ongerief.' Zo noemt Dirk Jan Bakker het oren van de proefmuizen. Bakker is gepensioneerd chirurg en de voorzitter van de DEC, het Dier Experimenten Commissie van het Academisch Medisch Centrum. Wil een onderzoeker een dier gebruiken voor een experiment? Dan moet hij eerst goedkeuring krijgen van de DEC. Eens per maand komt de commissie bijeen, waarbij een tienkoppig team van ethici, statistici, juristen, verzorgers, dierenarsten en onderzoekers, zich over duivelse vragen buigt als: 'Is dit onderzoek wel vier varkenslevens waard?' Of: 'Is de muis beter af als we hem verdoven voor het oren, of zorgt zo'n narcose juist voor nog meer stress?' Bij elk onderzoeksvoorstel let de DEC op de zogeheten 'drie V's': vervanging, vermindering en verfijning. Bij vervanging draait het om de vraag of voor een bepaald experiment wel echt een dier nodig is. Bij Flits is het de onderzoekers te doen om de reactie van zijn lichaam op een nierontsteking. Kun je zoiets niet nabootsen in een reageerbuisje of met een computersimulatie? Bakker: 'Onmogelijk. Al zou je honderd miljoen euro hebben. Daarvoor is de wisselwerking tussen de cellen in een nier veel te complex.' En hoe zit het dan met de kwestie 'vermindering'? Aan het experiment van Flits nemen twintig muizen deel. Is dat niet wat veel? Bakker: 'De uitkomsten moeten statistisch relevant zijn, anders worden ze niet gepubliceerd en zal niemand ooit weten waarvoor de dieren zijn opgeofferd. Soms raden we aan om méér dieren in te zetten.'&lt;br/&gt;Wat wil de muis? De laatste V, verfijning, draait erom het leven van het dier zo aangenaam mogelijk te maken. Een kwestie die regelmatig leidt tot lastige discussies. Voorbeeld: de meeste verzorgers willen het 'oren' vervangen door 'tenen', waarbij vlak na de geboorte een van de teentjes wordt afgeknipt. Ook dit levert een goede markering op en weefsel voor DNAonderzoek. 'De botten van pups zijn nog niet gehard, dus 'tenen' is een kleine ingreep waar ze weinig last van hebben', zegt een verzorger die al 35 jaar in het vak zit. 'Bovendien hindert een teen minder ze niet bij het lopen.' Toch blijft de DEC bij het beleid van oren. Waarom? Bakker: 'Ik weet het niet', zegt hij aarzelend. 'Zo'n teen amputeren vind ik toch een grotere verminking. Maar misschien heb ik het mis en vervloeken de dieren me stilletjes in hun kooien. Ik kan het ze niet vragen. Soms moet ik gewoon op mijn gevoel afgaan.'&lt;br/&gt;© Quest&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Aflevering 3, 4, 5, en 6 van ‘Dagboek van een proefdier’ zijn te lezen op de website van quest. Om precies te zijn: &lt;a href=&quot;http://www.quest.nl/braintainment/pijlers/wetenschap/dagboek-van-een-proefdier&quot;&gt;hier&lt;/a&gt;.&lt;br/&gt;</description>
      <enclosure url="http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/13_Dagboek_van_een_proefdier_files/Dagboek%20van%20een%20proefdier%20Quest%20Tonie%20Mudde.jpg" length="93944" type="image/jpeg"/>
    </item>
    <item>
      <title>Grabbelton van geluiden</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/13_Zintuigen.html</link>
      <guid isPermaLink="false">d1c9c70d-65c4-47e7-9f08-d3dc5202ef85</guid>
      <pubDate>Mon, 13 Apr 2009 16:49:28 +0200</pubDate>
      <description>&lt;a href=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/13_Zintuigen_files/Zintuigen_hoor_1.jpg&quot;&gt;&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Media/object022_1.jpg&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:296px; height:188px;&quot;/&gt;&lt;/a&gt;Quest gaat op bezoek bij mensen met een haperend zintuig. Aflevering 2: Een dove patiënt krijgt een elektrode in haar oor. En moet opnieuw leren horen. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;‘Mensen denken: ach, een oor is een oor. Maar geloof me, van binnen is de natuur nog grilliger dan van buiten.’ Het is dinsdagochtend tien over acht als Rinze Tange zijn haarnetje op zet. De kno-arts van het Academisch Medisch Centrum loopt van de kleedkamer naar operatiekamer 21. Hij tikt met zijn klomp tegen een rode knop. De deuren schuiven open. Binnen is zijn team bezig met de voorbereidingen. Terwijl de instrumenten worden uitgestald, rijden twee zusters een 46-jarige vrouw naar binnen. Tange geeft haar een hand, hij kent haar van het spreekuur. De vrouw schuift zelf van de brancard naar de operatietafel. Ze gaat op haar zij liggen. Haalt een gehoorapparaat uit haar rechteroor. Kijkt er nog even naar, geeft het aan een assistent.  &lt;br/&gt;Vijf minuten later is de vrouw bedekt onder groene lakens, alleen het rechteroor is vrijgelaten. Dokter Tange gaat op de kruk naast de operatietafel zitten, wipt zijn rechterklomp uit. Zo, met zijn voet direct op het pedaal, kan hij het vermogen van zijn instrumenten het beste instellen. Hij pakt zijn diathermie, een elektrische scalpel die met stroomstootjes de huid opensnijdt. Tange buigt zich over zijn patiënt. Rookwolkjes kringelen naar het plafond. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Geluid is verknipt&lt;br/&gt;De vrouw op de operatietafel heet Xandra. In de dagen voor de operatie vertelde ze haar verhaal. Xandra lijdt aan progressieve slechthorendheid. Links heeft ze vanaf haar geboorte nauwelijks iets gehoord. Rechts hoort ze nu nog een beetje, maar alleen met hoortoestel. Een toeterende auto of een harde deurbel zal ze opmerken. Maar als ze bij de audioloog woordjes uit een stereo-installatie moet nazeggen, scoort ze ook met hoortoestel nul komma nul. Een verhaal volgen in een drukke ruimte, zoals een kantine of een kroeg, valt Xandra zwaar. Een telefoongesprek voeren is onmogelijk. Medeklinkers vallen weg, alles klinkt verknipt. Het zou net zo goed Chinees kunnen zijn. Doordat Xandra in haar jeugd beter kon horen, heeft ze goed leren spreken. Ze praat alleen wat hard en op een vlakke toon. Bovendien is ze een uitstekende liplezer. ‘Zolang mensen maar duidelijk articuleren. En geen overhangende snor hebben.’ Xandra zou het liefst werken in de zorg of in de kinderopvang. Door haar slechte gehoor is dit bijzonder moeilijk.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Slakkenhuis krijgt hulp&lt;br/&gt;Het binnenoor, daar moet Tange zijn. Maar om daar te komen, moet de kno-arts eerst een tunneltje boren in het rotsbeen. Daarbij mag hij Xandra’s evenwichtsorgaan niet beschadigen. En ook de aangezichtszenuw moet intact blijven, anders zou ze verlamd raken aan één kant van haar gezicht. &lt;br/&gt;Voor de operatie staat twee uur, maar het loopt iets uit. ‘Er zit bot waar het niet hoort, en de gehoorgang maakt een gemene bocht’, zegt Tange, terwijl hij met een slangetje het slijpsel van zijn diamantboor wegzuigt. Na een uur is de tunnel gereed. Tange staat zijn kruk af aan collega-arts Wilko Grolman. Die maakt met een dun boortje een gaatje in de tunnelwand, precies ter hoogte van het slakkenhuis. Hier, in deze tweeënhalve winding, bewegen normaal gesproken trilhaartjes. Aan de wortels van die trilhaartjes zitten zenuwcellen die elektrische pulsjes afgeven aan de hersenen. Tienduizenden per seconde. Al die signaaltjes zorgen er samen voor dat we een concert van Bach ervaren als een concert van Bach. En het ruisen van de wind als het ruisen van de wind. Omdat het oor van Xandra geluidstrillingen niet goed naar de zenuwcellen leidt, schuift Grolman een dun draadje in haar slakkenhuis. De zestien elektroden op dit zogeheten Cochleair Implantaat (CI) stimuleren de zenuwcellen rechtstreeks met elektrische pulsjes. Zo kan Xandra voortaan horen zonder tussenkomst van trilhaartjes, trommelvlies en andere bewegende onderdelen in het oor. Tange: ‘Maar het blijft een verrassing hoe goed de patiënt zal kunnen horen na de operatie. Sommige patiënten kunnen na de behandeling voor het eerst van hun leven een telefoongesprek voeren. Bij anderen is de winst marginaal.’ &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Wordt het links of rechts?&lt;br/&gt;Xandra herstelt snel. Twee dagen na de operatie zit ze al weer in haar tuin. Ze moet nog een maand wachten voordat een audioloog haar implantaat zal aanzetten. Eerst moet de wond genezen. Xandra heeft lang getwijfeld of ze haar rechter- of haar linkeroor zou laten opereren. Het inbrengen van het implantaat is een flinke aanslag op het slakkenhuis. Veel trilhaartjes sneuvelen, terwijl dove patiënten er doorgaans al niet zoveel hebben. Kno-artsen brengen het implantaat het liefst in bij het goede oor. Grolman: ‘Aan die kant zijn de hersenen nog gewend aan het verwerken van geluid. Bij een oor dat lange tijd geheel doof is geweest, ontbreekt zo’n neurologisch netwerk. Zelfs met implantaat zul je aan die kant niets horen.’ Voor Xandra is haar rechteroor altijd haar laatste houvast geweest, haar enige luikje naar de wereld van de geluiden. De angst om ook rechts volledig doof te worden, is groot. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Piepjes testen gehoor&lt;br/&gt;Een maand na de operatie stappen Xandra en haar vriend Roland de kamer van de audioloog binnen. Op tafel staat een doos van Advanced Bionics. Connect &amp;amp; Discover, luidt de slogan van de makers van Xandra’s CI-implantaat. Het 23.000 euro kostende apparaat is opgebouwd uit een extern en een intern gedeelte. Die maken contact via twee magneetspoelen, ééntje op de huid, en eentje onder de huid. Het principe is vergelijkbaar met de overdracht van energie tussen een elektrische tandenborstel en zijn oplader: ook daar is geen direct contact. Audioloog Yvonne Simis sluit haar laptop via een snoer rechtstreeks aan op het CI-implantaat. Met piepjes in verschillende frequenties bepaalt ze hoe het apparaat moet worden afgesteld. Xandra heeft een papiertje voor zich liggen met daarop een tienpuntsschaal. Eén is te zacht, tien is te luid, zes is ‘meest aangenaam’. Als het instelwerk achter de rug is, haalt Simis er een logopediste bij. Die vraagt of alle aanwezigen stil willen zijn. Ook bewegen in de stoel is verboden. Want alles maakt geluid, en dat kan flink schrikken zijn voor iemand die zijn leven tot nu toe in stilte heeft geleid. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Stem klinkt vervormd&lt;br/&gt;Aan het plafond bromt de airco, op het bureau zoemt de computer. Verder is het stil. Totdat audioloog Simis met haar ring op haar armleuning tikt. ‘Hoort u dit?’ vraagt ze. Xandra kijkt de audioloog met grote ogen aan. Dan begint ze te lachen. Hard en lang. De andere aanwezigen kijken elkaar ongemakkelijk aan. ‘Meestal gaan mensen huilen’, fluistert de logopedist. ‘Deze kennen we nog niet.’ De audioloog herhaalt haar vraag. ‘Hoort u mij? Kunt u mij verstaan?’ Maar telkens als ze iets zegt, schiet Xandra weer in de lach. ‘U klinkt net als Donald Duck’, zegt ze uiteindelijk, en proest het uit bij haar horen van haar eigen stem. ‘Oké,’ zegt de audioloog. ‘Dan klink ik als Donald Duck. Maar kunt u wel verstaan wat ik zeg?’ Langzaam komt Xandra tot rust. Haar ogen worden vochtig. ‘Dit is toch idioot. Ik kan er niks van maken. Ik hoor niet eens het verschil tussen uw stem en mijn eigen gegrinnik.’ De logopediste probeert haar gerust te stellen. ‘Dit is normaal’, zegt ze. ‘Uw hersenen moeten nog wennen aan deze signalen. U zult helemaal opnieuw moeten leren horen. Wilt u weten hoe uw partner klinkt?’ &lt;br/&gt;Xandra kijkt haar vriend aan. Ziet zijn lippen bewegen. Hoort iets. Begint te huilen. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Geluid is overal&lt;br/&gt;Tien minuten pauze. Xandra en Roland lopen door de hal van het ziekenhuis. Om de paar passen staat ze stil. Dan heeft ze iets gehoord maar heeft geen idee wat. ‘Tak-tak-tak-tak,’ zegt ze, en kijkt vragend haar vriend aan. Roland wijst naar een man die een koffer met wieltjes over de tegels rolt. Buiten op de parkeerplaats kijken de twee aandachtig naar de auto’s die af- en aanrijden. Startende motoren, sluitende portieren, draaiende banden op het asfalt. Gekuch, gelach, een kleuter die voorbij rent en ‘Opa! Opa!’ roept.&lt;br/&gt;Terug in de kamer van de audioloog vertelt Xandra over haar ervaringen. ‘Het is één grote grabbelton van geluiden. Ik kan de beelden niet direct aan de geluiden koppelen. Dan zie ik jullie lippen bewegen maar besef pas een paar tellen later dat er geluid mee komt.’ Toch is ze al een beetje gewend geraakt aan het nieuwe horen. Als de logopediste willekeurig dagen van de week voorleest, zegt Xandra er 9 van de 10 juist na. Zonder liplezen. Bovendien is ze zachter gaan praten, omdat ze haar eigen stem beter kan horen. De komende maanden zullen in het teken staan van oefenen. In het ziekenhuis met de logopediste, en thuis met vrienden en familie. Xandra zal in gedachten etiketten moeten plakken op geluiden. Zo klinkt een fluitketel, zo de buurman, zo het woordje ‘naar’, en zo het woordje ‘raar’. Zelf heeft ze goede hoop dat ze het nieuwe horen snel zal oppikken. Eén dag na de operatie schrijft ze: ‘Elk uur nieuwe geluiden, alsof ze uit de lucht komen vallen.’ Twee dagen na de operatie: ‘Hoorde vandaag een mus die ik al twintig jaar niet meer had horen fluiten.’ En drie dagen na de operatie: ‘Luister nu naar een cd met kinderliedjes. Hoor ineens vrij duidelijk: Altijd is Kortjakje ziek.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;© Quest / Auteur: Tonie Mudde&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;-----&lt;br/&gt;De overige afleveringen van de serie zintuigen zijn te lezen in Quest. Oude nummers zijn &lt;a href=&quot;http://www.quest.nl/braintainment/home/winkel&quot;&gt;hier&lt;/a&gt; te bestellen.&lt;br/&gt;- September 2008: Zien&lt;br/&gt;Blinden proberen de weg te vinden via echolocatie. Ze krijgen les van de Amerikaanse ‘batman’ Dan Kish.&lt;br/&gt;- November 2008: Ruiken&lt;br/&gt;Elektrische neuzen kunnen allerlei geuren oppikken. Een uitkomst voor mensen die niet kunnen ruiken?&lt;br/&gt;- December 2008: Voelen&lt;br/&gt;Een Leids revalidatiecentrum experimenteert met een nieuw wapen tegen fantoompijn: spiegels. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;</description>
      <enclosure url="http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/13_Zintuigen_files/Zintuigen_hoor_1.jpg" length="268058" type="image/jpeg"/>
    </item>
    <item>
      <title>Ver weg van hier</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/9_Ver_weg_van_hier.html</link>
      <guid isPermaLink="false">0909f5c2-c0fa-4d05-bee4-3f897df97fba</guid>
      <pubDate>Thu, 9 Apr 2009 16:00:18 +0200</pubDate>
      <description>&lt;a href=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/9_Ver_weg_van_hier_files/Ver%20weg%20van%20hier%20Quest%20Tonie%20Mudde_1.jpg&quot;&gt;&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Media/object007_1.jpg&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:296px; height:188px;&quot;/&gt;&lt;/a&gt;Binnenkort viert de telescoop zijn 400ste verjaardag. Quest bezocht één van de beste plekken op aarde om naar de sterren te kijken. Waar dat is? Midden in de woestijn, bovenop op een berg, bij de Very Large Telescope.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;TEKST: TONIE MUDDE&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Na drie uur rijden door de Chileense woestijn verschijnt langs de weg een opvallend bord. Please turn off headlights. In de verte, bovenop een met dynamiet afgeplatte berg, glimmen witte koepels in de middagzon. Vier grote. En vier kleintjes. Samen vormen ze de Very Large Telescope (VLT), de grootste optische telescoop ter wereld. Het onderzoekscentrum, dat in 1998 zijn eerste sterrenlicht opving, geldt als één van de beste plekken op aarde om het universum te verkennen. De eerste foto van een planeet buiten ons zonnestelsel, het definitieve bewijs van een zwart gat in het centrum van onze melkweg: hier gebeurde het. In ons witte Mercedes-busje zigzaggen we de berg omhoog. Op de top wachten de telescopen geduldig op de nacht, met de koepels gesloten om te voorkomen dat de gevoelige apparatuur zou doorbranden in het zonlicht. Gekleed in dikke jassen lopen we over het 2,5 kilometer hoge plateau. De wind kan hier ongestoord zijn gang gaan. Wie de hoofdband van zijn bouwhelm niet strak genoeg aantrekt, zal zichzelf al snel een sprintje zien trekken, achter zijn over het asfalt stuiterende hoofddeksel aan. Het uitzicht lijkt oneindig. IJzerrode en kopergroene heuvels in alle kijkrichtingen, zover het oog kan zien. Maar ditzelfde uitzicht roept vragen op. Want waarom moest juist hier zo’n enorme telescoop gebouwd worden? De dichtstbijzijnde stad ligt op drie uur rijden. Het is kurkdroog: water wordt per vrachtwagen ingevoerd, iedere dag 100.000 liter. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de aardbevingen, eens per week zo sterk dat je het voelt in je benen.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Water vangt licht&lt;br/&gt;Wat deze locatie zo bijzonder maakt, is de strakblauwe lucht. Ook vandaag is er geen wolkje aan de hemel. De Chileense Atacama-woestijn is één van de droogste plekken op aarde. Wie wel eens de koplampen van een auto in de mist heeft gezien, weet hoe waterdamp het licht kan verstrooien. Ook optische telescopen hebben daar last van. Door een vochtige lucht zien telescopen geen puntvormige sterren, maar vage vlekken. Hoog en droog, daar houden astronomen van. En dat levert voor telescopen bouwlocaties op die zo kaal en levenloos zijn, dat ze behoorlijk buitenaards aandoen. De circa 150 man personeel die de Very Large Telescope bemant, leeft dan ook onder een stulp. Een kunstmatige oase, half onder de grond gebouwd, met de aarde zelf als isolatiedeken tegen de extreme temperatuurschommelingen van de woestijn. Tim de Zeeuw, directeur van de Europese organisatie voor astronomisch onderzoek (ESO) noemt het ‘een wetenschappelijke kolonie op Mars.’ Die kolonie houdt zich natuurlijk niet alleen met wetenschap bezig. Onder het glazen koepeldak vinden we onder andere een zwembad, een filmzaal, een oefenruimte voor muzikanten en een prijzenkast met pingpong- en biljartbokalen. Toch kan het hier ondanks al dat vermaak behoorlijk eenzaam zijn. ‘We werken telkens een paar weken aaneengesloten en gaan dan weer naar huis’, zegt de Britse astronome Rachel Gilmour. ‘Met internet en telefoon is dat best vol te houden. Maar ik kan me nog goed herinneren hoe ooit een halve dag de stroom uitviel. Ineens besefte ik weer dat we hier middenin de woestijn leven. Mijn hemel wat was het donker.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Astronoom blijft thuis&lt;br/&gt;Zes uur ’s avonds, de zon zakt langzaam achter de horizon. Op het platform schuiven een voor een de koepels open. De enige geluiden zijn de wind, het gesis van pneumatische pompen, en het getik van de installaties die de instrumenten koelen. De eerste sterren prikken door de donkerblauwe lucht, en daar is ook de planeet Jupiter al. In de besturingskamer van de telescopen zit Gilmour achter twee flat screen monitoren. De 28-jarige astronoom praat met de snelheid van een rapper, maar dan over zwarte gaten, quasars en planetaire schijven. Ze draait lange diensten, van zonsondergang tot zonsopgang, en dit is haar dertiende nacht op rij. Soms mag ze de telescoop gebruiken voor eigen onderzoek, maar meestal verwerkt ze zoekopdrachten voor wetenschappers die zich elders op de aardbol bevinden. Raar maar waar: sterrenkundigen doen hun onderzoek steeds vaker zonder ook maar in de buurt van een telescoop te komen. Al het dataverkeer gaat gewoon via internet. Niet erg romantisch, wel zo makkelijk. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Ster wordt grafiek&lt;br/&gt;Over de schouder van Gilmour zien we de eerste beelden van de telescoop verschijnen. Misschien is het naïef, maar ergens hadden we gehoopt op spectaculaire sterrennevels in felle kleuren. Een verpletterend o-wat-is-het-daar-boven-toch-mooi. Maar het enige wat we zien is een bibberend wit golflijntje en kolommen vol getallen. We kijken live mee met een van de beste sterrenkijkers ter wereld, en dan is dit alles wat we te zien krijgen? Het antwoord: ja. De spectaculaire plaatjes van de kosmos die we kennen van tijdschriften en televisiedocumentaires, zijn vaak gemaakt door aan telescoopbeelden willekeurig wat kleuren toe te wijzen aan bepaalde temperaturen. Bijvoorbeeld: blauw waar het heet is, rood waar het koud is. Nog even een illustrator er overheen om de boel extra overweldigend te maken, en klaar is Kees. Dat we bij een reis door het heelal zouden worden getrakteerd op felgekleurde uitzichten, is dan ook een illusie. ‘Zelf kijk ik ook graag naar die ingekleurde telescoopfoto’s’, zegt Gilmour. ‘Maar wetenschappelijk gezien zijn ze niet zo interessant’. Sterrenkundigen zijn vooral geïnteresseerd in posities van verre hemellichamen en hun uitgestraalde energie op verschillende golflengtes. Gegevens die nu eenmaal het beste te presenteren zijn in kale grafieken en tabellen. Gilmour heeft op het Britse Oxford geleerd hoe ze al die data moet vertalen naar wat er daarboven werkelijk gebeurt. Vandaar de vraag: heeft ze het gevoel dat ze hier in de control room van deze supertelescoop dichter bij de sterren komt? Gilmour: ‘Om eerlijk te zijn: nee. Het blijft toch behoorlijk abstract zo achter mijn monitor. Om mezelf eraan te herinneren waar ik nu eigenlijk mee bezig ben, moet ik af en toe naar buiten toe. Even met mijn eigen ogen naar de sterren kijken.’ &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Nepster schiet te hulp&lt;br/&gt;Naar buiten dus. De ogen moeten flink wennen als we de tl-lichten van de control room achter ons laten en de duisternis van het platform binnenstappen. Nergens brandt een lamp, dat is ten strengste verboden rondom de Very Large Telescope. Een rij lantaarnpalen zou het zwakke licht van verre sterren zomaar kunnen overschreeuwen. Zelfs in de slaapkamers van het personeel hangen oproepen om ’s nachts vooral eerst de gordijnen te sluiten en dan pas het licht aan te doen. Voetje voor voetje bestijgen we de trap naar het platform, achter Gilmour aan, die deze wandeling in het pikkedonker duidelijk vaker heeft gemaakt. Vanuit de duisternis klinken stemmen. Een handvol wetenschappers grijpt de koffiepauze aan om even naar de rode laser te kijken die vanuit één van de koepels naar de hemel wijst. De laserbundel spat op negentig kilometer hoogte uiteen op de neonlaag in het laatste stukje van de atmosfeer. Door de lichtvlek van deze ‘nepster’ te vergelijken met de diameter van de bundel die vanaf aarde is verstuurd, weten de astronomen precies voor hoeveel verstoring de atmosfeer zorgt. Metingen aan echte sterren worden hiervoor gecorrigeerd. ‘Even de atmosfeer uitzetten’, noemen ze dat hier.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Mens wordt telescoop&lt;br/&gt;Vreemde schaduwen op het asfalt. Als we dichterbij komen, blijkt dat een aantal astronomen erbij is gaan liggen. Plat op de rug, met de handen onder het hoofd, om zo nog beter van de sterrenhemel te kunnen genieten. Want mooi, dat is het zeker, op deze maanloze avond. Er wordt gefluisterd en gefilosofeerd, zoals mensen bijna automatisch gaan doen als ze een tijdje naar de sterren turen. Links klinkt gekraak, Gilmour heeft een zakje chips opengetrokken. ‘Mijn ontbijt,’ zegt ze verontschuldigend. Met haar hoofd in de nek, kijkt ze al kauwend naar boven. ‘Wat is het toch jammer dan we zulke slechte nachtdieren zijn,’ verzucht ze. ‘Het menselijk oog presteert echt waardeloos in het donker.’ Als het zakje chips bijna leeg is, en Gilmour weer aan het werk moet, krijgt ze opeens een ingeving: ‘Weet je wat geweldig zou zijn? Als ik mijn ogen kon openlijmen en één beeld minutenlang op mijn hersenen kon laten inweken. Net als een camera met een extreem lange sluitertijd. Dan zou ik diep in het heelal kunnen kijken zonder tussenkomst van al die apparatuur.’ Gilmour neemt een laatste hap chips en vouwt het zakje samen tot een propje. ‘Ja, dat lijkt me wel wat’, zegt ze tevreden, ‘de mens als levende telescoop.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;© Quest&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;</description>
      <enclosure url="http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/4/9_Ver_weg_van_hier_files/Ver%20weg%20van%20hier%20Quest%20Tonie%20Mudde_1.jpg" length="205240" type="image/jpeg"/>
    </item>
    <item>
      <title>Voeten in het graan</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/2/6_Voeten_in_het_graan.html</link>
      <guid isPermaLink="false">abd41af8-dad1-49cf-8b37-ad5486e6b2da</guid>
      <pubDate>Fri, 6 Feb 2009 16:07:12 +0100</pubDate>
      <description>&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Media/widget-snapshot_1.jpg&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:250px; height:209px;&quot;/&gt;‘Sommige graancirkels zijn zo mooi, die kunnen nooit door mensen gemaakt zijn.’ Quest trok de velden in met graancirkelkunstenaar Remco Delfgaauw. Klik hierboven voor het filmpje.&lt;br/&gt;</description>
    </item>
    <item>
      <title>De zelfmoordcel</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/1/8_De_zelfmoordcel.html</link>
      <guid isPermaLink="false">c75198ed-27ce-45d6-ac02-9e15d50b3007</guid>
      <pubDate>Thu, 8 Jan 2009 16:26:36 +0100</pubDate>
      <description>&lt;a href=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/1/8_De_zelfmoordcel_files/Zelfmoordcel%20Quest%20Tonie%20Mudde_1.jpg&quot;&gt;&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Media/object008_1.jpg&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:296px; height:188px;&quot;/&gt;&lt;/a&gt;Medicijnen die tumorcellen doden en gewone cellen in leven laten. Dat klinkt als de heilige graal van de kankerbestrijding. In het laboratorium boeken wetenschappers al sinds de jaren ’90 spectaculaire successen. Dus waar blijven die medicijnen?&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;TEKST: TONIE MUDDE&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;De kamer was zo klein als een bezemkast, maar Mathieu Noteborn kwam er graag. Het was de lente van 1992. Het Leidse Sylvius laboratorium had net een nieuwe microscoop aangeschaft. Noteborn gebruikte het apparaat om de werking van een kippenvirus in kaart te brengen. De toen 38-jarige onderzoeker had nog nooit onderzoek gedaan naar kanker. Toch besloot hij kippentumorcellen te infecteren met het virus. Uit nieuwsgierigheid. Na een paar uur keek hij weer door zijn microscoop. ‘Ik zag spikkels en brokken. Geen idee wat ik ervan moest maken.’ Later, turend uit het raam van een trein, besefte Noteborn wat hij had gezien. Het kippenvirus had de tumorcellen een zelfmoordcommando gegeven. Noteborn zette het onderzoek voort. Hij raakte steeds meer in de ban van de mogelijkheden van zijn kippenvirus. Een paar jaar later ontdekte hij het eiwit van het virus dat verantwoordelijk was voor het zelfmoordcommando. Hij noemde het apoptin. &lt;br/&gt;De doorbraak kwam in 1997. Noteborns eiwit kon niet alleen tumorcellen van kippen doden. Ook menselijke tumorcellen pleegden spontaan harakiri zodra zij werden ingespoten met apoptin. Op gezonde cellen had apoptin geen effect. Noteborn en zijn collega’s gaven elkaar high-fives boven de microscoop. Een potentieel kankermedicijn was geboren. Tenminste, zo leek het.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Tumor is asociaal&lt;br/&gt;Zelfmoordcommando’s zoals die van Noteborn betekenden een nieuw tijdperk in de kankerbestrijding. ‘Wereldwijd hielden een handjevol onderzoekers zich ermee bezig. In Nederland was hij de enige’, zegt Jannie Borst, hoogleraar experimentele oncologie aan de Universiteit van Amsterdam. Inmiddels staat het mechanisme van apoptose, cellen die tot zelfmoord overgaan, beschreven in ieder studieboek over kanker. In ons lichaam worden continu cellen vervangen, ongeveer één kilogram per dag. Gezonde cellen zijn sociaal. Via antennes op de celwand overleggen ze met hun buurcellen. Zo krijgt de cel van buitenaf instructies om te delen of om dood te gaan. Het is naastenliefde ten top: een cel maakt zichzelf nog liever van kant dan dat hij fouten doorgeeft aan zijn nakomelingen. &lt;br/&gt;Maar door een opeenhoping van kopieerfoutjes en beschadigingen kan een cel ontstaan die zich helemaal niets aantrekt van zijn buren. Hij blijft zich onbeperkt delen en weigert zichzelf te doden. De eerste asociale cel splitst zich in twee asociale cellen, die zich weer splitsen in vier asociale cellen, enzovoorts. Net zo lang tot organen in de verdrukking komen. In hun honger naar voedingsstoffen kan zo’n klomp tumorcellen op den duur zelfs bloedbanen aanleggen. Via het bloed kan het dan uitzaaien naar het hele lichaam. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Nieuwe wapens op komst&lt;br/&gt;Als een tumor bijtijds wordt ontdekt, kan de chirurg hem wegsnijden. Tenminste, als de kwaadaardige cellen op een bereikbare plek groeien. En niet bijvoorbeeld midden in de hersenen. Is de kanker uitgezaaid, dan is radio- of chemotherapie vaak de enige optie. Dit is schieten met grof geschut: ook gezonde cellen worden getroffen. Vandaar bijwerkingen als haaruitval en misselijkheid. Van iedere tien kankerpatiënten worden er vier genezen met wegsnijden en één met radio- of chemotherapie. De andere vijf gaan dood. In Nederland alleen overlijden jaarlijks ongeveer 40.000 mensen aan kanker. Daarmee is het, vlak na hart- en vaatziekten, doodsoorzaak nummer twee. De vraag naar geneesmiddelen die kankercellen doden en gewone cellen ongemoeid laten, is gigantisch. &lt;br/&gt;In zijn petrischaaltje had Noteborn zo’n wondermiddel in handen. Meer dan zeventig verschillende kankersoorten kon hij uitschakelen.Maar een tumorcel in een glazen schaaltje is nog geen tumorcel in zijn natuurlijke omgeving. In een levend organisme maakt een tumor vertakkingen. Hij communiceert met andere cellen en verspreidt zich. Duizenden extra variabelen kunnen roet in het eten gooien. ‘En dat doen ze ook meestal’, zegt Jannie Borst. ‘Dan blijken de tumorcellen in een dier zich niets aan te trekken van wat eerder zo’n veelbelovend middel leek.’ &lt;br/&gt;In zijn petrischaaltje injecteerde Noteborn zijn eiwit direct in de tumorcel. Voor het behandelen van een levend organisme moest hij een andere truc verzinnen. Je kunt miljarden kankercellen immers niet één voor één injecteren. Om zijn eiwit een groter bereik te geven, liet hij het meeliften met een virus. Virussen zijn meesters in het penetreren van celwanden en daarom interessant als transportmiddel door het lichaam. Eind ‘97 spoot Noteborn menselijke tumorcellen onder de huid van naakte muizen. Hij behandelde deze zelfgemaakte kankerpatiëntjes met zijn in een virus verpakte eiwit. En, wonder boven wonder, het lukte wéér. Een aantal tumoren verdween volledig en de muizen hadden geen last van bijverschijnselen. Had Noteborn een kankermedicijn ontdekt? &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Virus wordt vrachtwagen&lt;br/&gt;De mogelijkheid om kankercellen aan te zetten tot zelfmoord bleef niet onopgemerkt bij de farmaceutische industrie. Er ontstond een ware apoptosehype. Onderzoekers overal ter wereld stortten zich op eiwitten met tumordodende krachten. Sommigen waagden de stap om van zo’n eiwit een medicijn te maken. Zo ook Noteborn. Met geld van het Duitse Schering AG startte hij het biotechbedrijf Leadd. De dierproeven waren succesvol geweest. Nu werd het tijd voor klinische trials. In deze fase van het medicijnonderzoek worden menselijke proefpersonen ingezet. Een spannende en peperdure aangelegenheid. Het ontwikkelen van één enkel medicijn kost circa 500 miljoen euro. Bovendien staan er mensenlevens op het spel. Investeerders zullen dan ook flink overtuigd moeten zijn van onderzoeksresultaten willen ze hun naam en hun miljoenen aan een trial verbinden. Veel potentiële geneesmiddelen krijgen hierdoor niet de kans om zich in het echt te bewijzen. &lt;br/&gt;Ook Noteborns apoptin werd uiteindelijk niet op een mens getest. Bij een Amerikaanse trial in 1999 stierf een 18-jarige patiënt door het gebruik van het adenovirus. Precies het virus dat Noteborn als transportmiddel wilde gebruiken. Noteborn: ‘Bij dat experiment hadden ze een overdosis gebruikt. Het betekent dus helemaal niet dat het adenovirus onbruikbaar is. Toch haakte mijn investeerder af. Want áls er iets mis zou gaan bij de klinische trials, dan zou de hele wereld roepen: ‘Vind je het gek? Jullie gebruikten adenovirus, moordenaars.’’ &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Muis is geen mens&lt;br/&gt;Een ander virus inzetten als transportmiddel was geen optie. Noteborn: ‘Het is niet zoals met bestelwagens, waarbij je een Volkswagen wel even kunt vervangen door een Mercedes. Zo’n virus moet aan hele specifieke eisen voldoen wil hij jouw drug kunnen afleveren.’&lt;br/&gt;Is de wereld door deze samenloop van omstandigheden een kankermedicijn misgelopen? Dat is zeer de vraag. Want van al die hoopgevende kankermiddelen die de klinische trial halen, wordt het grootste deel geen medicijn. 95 procent blijkt ongeschikt, berekenden Amerikaanse onderzoekers in 2004 in het tijdschrift Nature. ‘Veel te veel’, zegt Jos Jonkers van het Nederlands Kanker Instituut (NKI). ‘Zeker als je denkt aan alle proefpersonen die voor niets die hele emotionele achtbaan hebben doorlopen.’ Voordat een middel de klinische trial ingaat, moet het zich bewezen hebben in proefdieren. Dan rijst de vraag: wat zegt de genezing van kanker bij een muis eigenlijk over de succeskansen bij menselijke patiënten? ‘Weinig’, volgens Jonkers. Het probleem ligt volgens de Amsterdamse moleculair bioloog bij het ‘muizenmodel’ dat kankeronderzoekers al tientallen jaren gebruiken: het inspuiten van menselijke tumorcellen in een naakte muis. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Tumor wil eten&lt;br/&gt;In het laboratorium worden tumorcellen in leven gehouden onder ideale condities. Veel voeding, geen concurrentie met andere cellen. Vervolgens worden de kankercellen in een muis geïnjecteerd. Het liefst vlak onder de huid, zodat de onderzoekers kunnen zien of de tumor groeit of krimpt. Jonkers: ‘Dat zijn Siberische toestanden voor zo’n kankercel, het is vechten om het schaarse voedsel. Die kankercellen redden het net en hebben nog maar een klein zetje nodig om dood te gaan. Een middel kan in een muis heel succesvol lijken, terwijl het kansloos is om kanker te bestrijden in patiënten.’ Jonkers werkt daarom zelf aan zogeheten transgene muizen. Door kleine veranderingen aan te brengen in het dna van gezonde muizen, laat hij op een natuurlijke manier kanker in het dier groeien. Jonkers: ‘Zo ontstaat een beter model van menselijke kankerpatiënten dan het geval is bij de naakte muizen. Ik verwacht dat transgene muizen steeds vaker zullen worden ingezet voordat onderzoekers de klinische trials beginnen. Dat kan een hoop geld en gefrustreerde proefpersonen schelen.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Kanker slaat terug&lt;br/&gt;Noteborns potentiële kankermedicijn haalde het niet. Maar in zijn kielzog richtten meer onderzoekers zich op eiwitten die tumorcellen aanzetten tot zelfmoord. Een enkel eiwit oogstte succes bij menselijke kankerpatiënten. In 2000 lukte het onderzoekers van de Amerikaanse Oregan Health Science University om 54 uitbehandelde leukemiepatiënten te genezen. Zonder bijwerkingen. Het was de eerste keer dat een medicijn dat zich specifiek op tumorcellen richt beter werkte dan de gebruikelijke behandelingen. De afgelopen jaren volgden meer successen. Toch komt ook bij deze nieuwe generatie medicijnen de kanker soms weer terug, waarschuwt Jannie Borst van de Universiteit van Amsterdam. ‘Het is een vijand die zich niet zomaar laat verslaan.’ De kracht van de ziekte schuilt in zijn grilligheid. Tussen de geboorte van de eerste foute cel tot het moment dat de patiënt zijn eerste klachten meldt, kan wel twintig jaar zitten. In die tijd kunnen tumorcellen verschillende gedaanteverwisselingen ondergaan. Borst: ‘De strijd tegen kanker is een strijd tegen de evolutie. Bij de behandeling van een patiënt moet je het helemaal uitroeien, tot de laatste levensvatbare cel. Want als er één ontsnapt, kan die weer een nieuwe kolonie stichten. Deze kankercellen kunnen zo gemuteerd zijn dat het oude medicijn er geen grip op heeft.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Hoe praten moleculen?&lt;br/&gt;Hoewel de ziekte kanker al eeuwen bekend is, is veel onderzoek nog vrij fundamenteel. Welke moleculen spelen een rol spelen bij het ontstaan van kanker? Hoe werken ze samen? Iedere onderzoeker heeft zo zijn eigen favoriete molecuul. Borst: ‘Die zet hij midden in een schema met grote, vette letters. De andere moleculen staan er in kleine letters omheen. Zo’n molecuul wordt een beetje je kind: alles wat het doet is interessant en leuk. En het is natuurlijk het mooiste molecuul van de héle wereld.’ Zelf werkt Borst ook aan zo’n molecuul: TRAIL. Ze wordt enthousiast als ze erover vertelt. ‘Veel eiwitten zetten niet direct aan tot zelfmoord in een tumorcel, maar doen dit via allerlei ingewikkelde stapjes. TRAIL is een soort highway to death, het gaat in één keer op zijn doel af.’ &lt;br/&gt;En Mathieu Noteborn? Die is na zijn mislukte biotechavontuur hoogleraar geworden. Aan de Universiteit Leiden bestudeert hij de interacties tussen moleculen. Hoe ‘praten’ ze met elkaar? Welke gesprekken zijn belangrijk en welke niet? Eén van de moleculen waar Noteborn zich op richt is een oude bekende: apoptin. Vindt hij het niet frustrerend dat hij na vijftien jaar nog steeds niet begrijpt hoe zijn eiwit tumorcellen doodt? ‘Welnee, ik ben nog net zo enthousiast als op de dag dat ik apoptin ontdekte. Ik begrijp iedere maand weer een beetje beter hoe het werkt. Geef me nog tien jaar en dan heb ik ‘m te pakken.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;© Quest&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;</description>
      <enclosure url="http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/1/8_De_zelfmoordcel_files/Zelfmoordcel%20Quest%20Tonie%20Mudde_1.jpg" length="180260" type="image/jpeg"/>
    </item>
    <item>
      <title>Dichterbij dan je denkt</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/1/2_Dichterbij_dan_je_denkt.html</link>
      <guid isPermaLink="false">46b1daba-17f8-46a2-a9c6-67c17483177e</guid>
      <pubDate>Fri, 2 Jan 2009 16:20:20 +0100</pubDate>
      <description>&lt;a href=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/1/2_Dichterbij_dan_je_denkt_files/Christiaan%20Weijts%20Boris%20Dittrich%20Quest%20Tonie%20Mudde_1.jpg&quot;&gt;&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Media/object009_1.jpg&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:296px; height:188px;&quot;/&gt;&lt;/a&gt;De een is veroordeeld voor stalking en schreef er een succesroman over. De ander werd zelf gestalkt en kwam met strengere wetgeving om stalkers aan te pakken. Schrijver/journalist Christiaan Weijts tegenover ex-politicus Boris Dittrich.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;TEKST: TONIE MUDDE&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Zomaar een man die een appeltje aan het schillen is. Zo zag het eruit voor de passagiers die in de Amsterdamse tram zaten. Maar Boris Dittrich, toen nog advocaat, beleefde het anders. Achter hem zat de boze ex-vriend van een vrouw die hij had verdedigd in de rechtszaal. De man, in het dagelijks leven leraar Engels, richtte zijn agressie na zijn derde straatverbod op de advocaat van zijn ex. Hij belde Dittrich midden in de nacht en schold hem uit op straat. Maandenlang. Vermoedelijk was hij zelfs degene die de rechtbank aan de Prinsengracht binnensloop en in de kleedkamer Dittrichs toga in stukken knipte. Dittrich: ‘Hij zat achter me met dat mesje en ik dacht: nu gaat hij me neersteken. Ik stapte uit bij de eerstvolgende halte.’ De politie stond machteloos, zelfs toen Dittrich een antwoordapparaat vol scheldpartijen presenteerde. Bellen en schreeuwen is geen misdaad, en een appeltje schillen in de tram al helemaal niet. De agenten konden pas in actie komen als er sprake was van lichamelijk geweld.&lt;br/&gt;Vandaag de dag zou de stalker, wiens terreur uiteindelijk stopte doordat hij zelfmoord pleegde, wél kunnen worden aangepakt. Dankzij een wetsvoorstel dat Dittrich als Tweede Kamerlid voor D66 indiende. Artikel 285b, dat sinds 2000 van kracht is, maakt stelselmatig lastigvallen strafbaar. Dat hier behoefte aan was, bewijzen de laatste cijfers van het Openbaar Ministerie. Het aantal aangiften van belagingszaken stijgt nog elk jaar. In 2006 dienden al meer dan duizend mensen een aanklacht in wegens stalking. In ruim de helft van die gevallen legde de rechter een straf op.&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Schrijver belaagt ex&lt;br/&gt;Een van die veroordeelde stalkers heet Christiaan Weijts. De Leidse schrijver/journalist kon het in 2002 niet verkroppen dat zijn vriendin hun relatie verbrak. Of, zoals hij zelf formuleert: ‘Ik werd iets te claimerig’. Via zijn mobiele telefoon probeerde Weijts het contact te herstellen. Maar de vrouw in kwestie stapte met al die sms’jes en voicemails naar de politie. De juridische machine werd aangezwengeld, met dank aan de nieuwe belagingswet van Boris Dittrich. Uiteindelijk werd Weijts veroordeeld tot een taakstraf, zestig uur schoffelen bij een sportcomplex in Wassenaar. Hij was op dat moment al druk bezig met een roman over stalking. Die is fictie, maar ook hier worden flink wat vurige voicemails ingesproken: ‘Bel me en zeg iets, het maakt niet uit wat, al is het het recept voor eierkoeken, maar spreek! Spreek, of ik spring van de Ponte Vecchio. Wil je dat ik dat doe? Dat ik van de Ponte Vecchio spring?’&lt;br/&gt;Art. 285b, zoals de roman toepasselijk heet, werd bejubeld in de pers en won vorig jaar de Anton Wachterprijs voor beste prozadebuut. Vandaag staan de geestesvaders van wetsartikel en roman voor het eerst tegenover elkaar. In het Amsterdamse College Hotel maakt Dittrich van de gelegenheid gebruik om zijn exemplaar van het boek te laten signeren. ‘Mijn moeder vond dat er te veel seks inzat, maar ik vond het een geweldig verhaal. Ik heb het getipt aan al mijn vrienden, je zult het wel merken in de verkoopcijfers.’ Weijts glimlacht verlegen en nipt aan zijn koffie om zichzelf denktijd te geven voor een gepast antwoord. En zo zal het de rest van het gesprek ook gaan. Dittrich, de ervaren debater, die altijd een plaagstoot paraat heeft, flitsend interrumpeert en drie kwart van de tijd aan het woord is. Tegenover Weijts, de observator, achteroverleunend in zijn stoel, peinzend plukkend aan zijn kin, om uiteindelijk te zeggen: ‘Interessant, daar zou ik nog eens wat langer over moeten nadenken.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Stelling 1: Wie een anoniem valentijnskaartje stuurt, is een stalker.&lt;br/&gt;Dittrich: ‘De wet definieert stalking als stelselmatige inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer. Een valentijnskaart valt daar natuurlijk niet onder. Maar als iemand vindt dat het elke dag Valentijnsdag is, dan verandert de zaak. Tenminste, zolang de ontvanger niks met de schrijver van die kaartjes te maken wil hebben.’&lt;br/&gt;Weijts: ‘Maar wat is dan precies stelselmatige inbreuk? Ik zie een groot verschil tussen een gestoorde fan die elke avond patrouilleert voor het huis van Britney Spears, en een man die zijn ex-vriendin tien sms’jes stuurt omdat hij haar terugwil.’&lt;br/&gt;Dittrich: ‘In beide gevallen kan het slachtoffer zich bedreigd voelen. En een goede rechter zal rekening houden met het type stalker.’&lt;br/&gt;Weijts: ‘De overheid als relatietherapeut, ja, ja. Maar hoe gaat dat in de praktijk? Hoe kan een rechter beoordelen hoe een romantische relatie in elkaar steekt? Je hebt stellen die wat, hoe zal ik het zeggen, gepassioneerder zijn dan anderen. Een rechter ziet vanachter zijn bureau die uitgeprinte e-mails en sms’jes en velt zijn oordeel.’&lt;br/&gt;Dittrich: ‘Je hebt wel een lage dunk van ons rechtssysteem. Natuurlijk verdiept een rechter zich in de relatie tussen beide partijen. Bij sommige stellen is schelden inderdaad een normale manier van communiceren. De definitie van stalking is expres ruim gehouden. Zo kan elk geval apart worden beoordeeld.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Stelling 2: Stalking is het toppunt van liefde.&lt;br/&gt;Weijts: ‘Volgens mij was het Plato die zei: het vuur van de liefde brandt in de minnaar, niet in de beminde. En zo is het. De beste films en mooiste popsongs gaan over onbereikbare liefdes. Pas dan is er het ultieme aanbidden, pas dan kan liefde een obsessie worden.’ &lt;br/&gt;Dittrich: ‘Sprak de schrijver. Maar in de praktijk kunnen die obsessionele liefdes natuurlijk rampzalig uitpakken. Slachtoffers van stalking moeten soms verhuizen, van baan verwisselen, hun kinderen op andere scholen onderbrengen. Echte liefde moet van twee kanten komen. Iemand die na tien afwijzingen blijft proberen om de ander te veroveren, heeft mijns inziens vooral last van een onvolwassen verwerking van emoties. Als je echt van iemand houdt, dan heb je respect voor zijn gevoelens, ook als hij jou niet ziet zitten.’&lt;br/&gt;Weijts: ‘Ja, dat snap ik ook wel. Inmiddels. Respect, begrip, allemaal heel belangrijk. Maar voor kunst is zoveel redelijkheid natuurlijk dodelijk.’ &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Stelling 3: Waar er een stalkt, hebben er twee schuld.&lt;br/&gt;Dittrich: ‘De meeste stalkingszaken gaan over mannen die hun ex-geliefde belagen. Soms valt de vrouw ook iets te verwijten. Vaak zijn het types die slecht nee kunnen zeggen, en ook nog eens op dominante mannen verliefd worden. Als ze de relatie verbreken, willen ze hem niet kwetsen. Dus verpakken ze hun pijnlijke boodschap heel liefdevol, in de trant van ‘Ik hou echt van je, maar het werkt niet meer.’ Die man denkt dan: ze weet het niet zeker, ik maak nog een kans.’&lt;br/&gt;Weijts: ‘In mijn roman is de vrouw, Victoria, helemaal geen zielig slachtoffer. Ze kan juist heel goed acteren. Ook in het echt ontstaat al snel het beeld: ‘Ach, zo’n arm meisje, wie is de bruut die haar dit allemaal aandoet?’’&lt;br/&gt;Dittrich: ‘Wat een vooroordelen, meneer Weijts. Bij de rechterlijke macht werken meer vrouwen dan mannen. En ik durf te beweren dat juist zij heel goed zien wanneer er door een huilend meisje een toneelstukje wordt opgevoerd.’&lt;br/&gt;Weijts: ‘Denk je? Het lijkt mij voor een vrouwelijke rechter juist verleidelijk om zich met de vrouw te identificeren, en de man met argwaan te bekijken.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Stelling 4: Stalking is een ziekte van deze tijd.&lt;br/&gt;Dittrich: ‘Nee, obsessionele liefdes zijn van alle tijden. Het is alleen pas sinds kort strafbaar om iemand herhaaldelijk lastig te vallen.’&lt;br/&gt;Weijts: ‘Toch is er meer aan de hand. Met moderne communicatiemiddelen is de verleiding groter om contact met iemand te zoeken. Wat vroeger een ruzie op straat was, is nu een reeks boze e-mails en sms’jes. Als één partij die bewaart en aangifte doet, krijgt de politie een enorm eenzijdig beeld van de relatie.’&lt;br/&gt;Dittrich: ‘Tja, dan moet de andere partij ook maar e-mails en sms’jes bewaren.’&lt;br/&gt;Weijts: ‘Moeten we dan allemaal een archief gaan aanleggen van de uitspraken van onze vrienden en geliefden? Onder het motto: je weet maar nooit of het nog een keer tot een rechtszaak komt? Ik bespeur een juridisering van de samenleving die mij niet bevalt. Vrienden en vriendinnen die elkaar ophitsen en zeggen: ‘Dat pik je toch niet, aanklagen!’ En daarmee wordt iedere mogelijkheid tot een normaal gesprek in de knop gebroken.’&lt;br/&gt;Dittrich: ‘Je zou dat ook positief kunnen uitleggen. Mensen durven op te komen voor hun rechten. Bovendien zal het Openbaar Ministerie echt niet van elk conflict een strafzaak maken.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Stelling 5: Een straatverbod werkt perfect.&lt;br/&gt;Dittrich: ‘Het is natuurlijk beter als de twee partijen het samen uitpraten. Daarvoor zijn tegenwoordig uitstekende bemiddelingsprogramma’s, zoals de ‘therapie van het adieu’. Maar als dat niet werkt, is een straatverbod een goede manier om af te koelen. Als de dader gesignaleerd wordt in de woonbuurt van het slachtoffer, kost hem dat al gauw duizend euro per keer. Dat schrikt wel af. Maar je hebt natuurlijk fanatiekelingen die zich daar niets van aantrekken. Soms gaat het getreiter door tot in de cel. Dan mag de gevangene een uurtje telefoneren per week. Drie keer raden wie hij dan belt.’&lt;br/&gt;Weijts: ‘Bij mij werkte het juist averechts. Dan staan er opeens twee stevige agenten voor je deur die zeggen: ‘Je moet geen contact meer zoeken met die mevrouw, anders plukken we je van straat.’ Na wat zoekwerk ontdekte ik dat ze negen dagen had om haar aanklacht in te trekken. Toen ben ik weer gaan bellen, om te proberen haar tot inkeer te brengen. Ik kénde dat meisje, we hadden een relatie gehad, waarom zou ik haar niet mogen spreken?’ &lt;br/&gt;Dittrich: ‘Was je gestopt met bellen als ze geen aangifte had gedaan?’&lt;br/&gt;Weijts: ‘Ik denk het wel. Dan waren die gevoelens op den duur weggeëbd.’ &lt;br/&gt;Dittrich: ‘Maar nu heb je een strafblad.’ &lt;br/&gt;Weijts: ‘In mijn kringen geldt dat meer als een brief van aanbeveling.’&lt;br/&gt;Dittrich: ‘Maar voelde het dan totaal niet als straf?’&lt;br/&gt;Weijts: ‘Jawel, het kostte me twee weken vakantie en ik moest natuurlijk heen en weer naar Wassenaar fietsen. Maar aan de andere kant... Bij dat schoffelen heb ik allerlei interessante figuren ontmoet, xtc-handelaartjes en zo. Voor een schrijver is dat goed materiaal, ik heb er een fraaie reportage over geschreven.’&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;© Quest&lt;br/&gt;</description>
      <enclosure url="http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2009/1/2_Dichterbij_dan_je_denkt_files/Christiaan%20Weijts%20Boris%20Dittrich%20Quest%20Tonie%20Mudde_1.jpg" length="147566" type="image/jpeg"/>
    </item>
    <item>
      <title>Universiteit NL</title>
      <link>http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2003/4/19_Universiteit_NL.html</link>
      <guid isPermaLink="false">95a137b3-30db-4a9c-91ba-0fdc32a06651</guid>
      <pubDate>Sat, 19 Apr 2003 10:47:10 +0200</pubDate>
      <description>&lt;a href=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2003/4/19_Universiteit_NL_files/logo_1.jpg&quot;&gt;&lt;img src=&quot;http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Media/object004_1.jpg&quot; style=&quot;float:left; padding-right:10px; padding-bottom:10px; width:399px; height:72px;&quot;/&gt;&lt;/a&gt;&amp;quot;Einstein zou in Nederland kopje-onder gaan.&amp;quot; &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;De drie technische universiteiten willen één TU Nederland worden. Ook Balkenende-II ziet bundeling van krachten als hét medicijn voor de kwakkelende kenniseconomie. Delfts econoom Alfred Kleinknecht waarschuwt: &amp;quot;Diversiteit is belangrijker dan concentratie.&amp;quot; &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Tacit knowledge. Professor Kleinknecht schrijft het op het bord achter zijn bureau. Hij spreekt het langzaam uit en schakelt dan over van Engels op Nederlands. Het spreektempo gaat omhoog, alleen het lichte Duitse accent blijft. &amp;quot;Stilzwijgende kennis hangt samen met intuïtie en ervaring. Het zweeft ergens tussen de kamer van de hoogleraar en die van zijn onderzoekers. Het is nergens gedocumenteerd, maar is van cruciaal belang bij wetenschappelijke doorbraken en innovaties. Hoe snel het internet ook wordt, hoeveel wetenschappelijke congressen men ook afloopt, die stilzwijgende kennis gaat de wereld niet rond, die is sterk lokaal gebonden.&amp;quot;&lt;br/&gt;Om die stilzwijgende kennis toch te traceren, deed Alfred Kleinknecht samen met zijn promovendus Gerben van der Panne een tweejarig onderzoek naar Nederlandse broedplaatsen van innovatieve bedrijvigheid. Zij inventariseerden daartoe per regio onder meer het aantal innovaties, locale werkgelegenheidsgroei en karakteristieken van bedrijven en kennisinstellingen.&lt;br/&gt;De voornaamste conclusie van het onderzoek: de kenniseconomie en locale werkgelegenheid zijn meer gebaat bij diversiteit dan bij concentratie. &lt;br/&gt;Kleinknecht: &amp;quot;Een regio kan beter een groot aantal kleine dan een klein aantal grote kennisinstellingen hebben. Ook voor ingenieursbureaus en de top-50 van research &amp;amp; development bedrijven blijkt diversiteit belangrijker dan grootte.&amp;quot;&lt;br/&gt;Versnippering als remedie voor de kenniseconomie; het staat haaks op het huidig hoger onderwijsbeleid. Staatssecretaris Nijs legde vorige maand nog de wildgroei aan opleidingen aan banden. Voor het starten van een nieuwe opleiding, wordt nu eerst het maatschappelijk nut getoetst. Kleinknecht: &amp;quot;Innovatie is een complex en onzeker proces. Je kunt niet op voorhand vaststellen welke paarden de race gaan winnen.&amp;quot; &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Marktgerichter opleiden, grootschalige programmering van onderwijs- en onderzoeksprogramma's, schrappen van 'onrendabele' onderzoeksgroepen en veel, heel veel fuseren; dat zijn de wapens waarmee bestuurders hogescholen en universiteiten al jaren hervormen. In de komende kabinetsperiode zal dat niet anders zijn. In het regeerakkoord kiezen ook CDA, VVD en D66 nadrukkelijk voor concentratie van onderzoeksgebieden en -locaties. &lt;br/&gt;De laatste episode in deze serie: de technische universiteiten van Delft, Eindhoven en Twente omsmeden tot één TU Nederland. Dit plan - opgesteld door de drie collegevoorzitters onder leiding van ex-onderwijsminister Loek Hermans - brengt het aantal masteropleidingen terug van 51 tot 28. Sommige wetenschappelijke groepen zullen verdwijnen, velen trekken - al dan niet vrijwillig - bij elkaar in. Kleinknecht waarschuwt voor deze verstandshuwelijken. &amp;quot;Versnippering is goed voor een innovatief milieu. De TU Twente is vergeleken met de TU Delft een kleine universiteit met veel opleidingen. Toch scoort de TU Twente beter in ons onderzoek.&amp;quot;&lt;br/&gt;Het is niet de eerste keer dat Kleinknecht's onderzoeksresultaten indruisen tegen wat in Nederland voor economisch goed wordt gehouden. In de jaren negentig pleitte hij tegen loonmatiging en reisde de globe rond om buitenlandse politici, bestuurders en wetenschappers te waarschuwen voor de gevaren van het toen alom geprezen poldermodel. Toenmalig FNV-voorzitter Johan Stekelenburg noemde hem 'de risee onder de Nederlandse economen'. &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Nu houdt u een pleidooi voor diversiteit. Liever geen TU Nederland dus?&lt;br/&gt;&amp;quot;Er zijn weinig schaalvoordelen in een academische omgeving. Alleen bij dure laboratoria is gemeenschappelijk gebruik productiever. Maar voor tachtig procent van de onderzoeksgroepen geldt dit niet. Samenwerken kan daar zelfs contraproductief uitvallen. Bij concentratie ontstaat een monopoliegevaar; waarom zou een opleiding zich nog inspannen als het de enige in Nederland is?&amp;quot;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Is een extra universiteit in Lutjebroek dan een beter idee?&lt;br/&gt;&amp;quot;Waarom niet? Volgens ons onderzoek trekken kennisinstellingen jonge innovatieve bedrijven in hun regio aan. Deze bedrijven hebben een werkgelegenheidsgroei die aanzienlijk boven het landelijk gemiddelde ligt. Spreiding van faculteiten over het land zou daarnaast meer bètastudenten kunnen aantrekken. De afstand van ouderlijk huis tot universiteit is één van de belangrijkste criteria bij het maken van de studiekeuze.&amp;quot;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Maar bundeling van krachten moet een econoom toch als muziek in de oren klinken? &lt;br/&gt;&amp;quot;Niet als samenwerking van bovenaf wordt opgelegd. Neem mijn eigen leerstoel: elk jaar komt er weer iemand langs die voor mij gaat bepalen of ik nog wel op de juiste plaats zit. Moet mijn leerstoel niet naar een andere faculteit of afdeling? Of samengaan met een andere onderzoeksgroep? De concentratiedrang op de universiteiten komt deels voort uit machomanagement. Managers hebben een natuurlijke drang om de eigen afdeling te laten groeien. Want wie meer mensen onder zich heeft, verdient meer geld en geniet meer aanzien. Dit spel leidt tot een continu herschikken en samenvoegen van onderzoeksgroepen. Na elke ronde wordt er een nieuw label opgeplakt, en dan begint het verhaal weer van voren af aan. Het is zo gek geworden dat ik de naam van mijn eigen afdeling niet eens weet. Ik geloof dat het 'management and governance' is. Ja, zoiets.&amp;quot;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Hoe ziet het dagelijkse conflict tussen onderzoeker en universiteitsbestuurder eruit?&lt;br/&gt;&amp;quot;Ik heb mij - net als veel van mijn collega's - inmiddels getraind in het omzeilen van de voorschriften. Ik bepaal zelf wat ik wil onderzoeken. Als vervolgens blijkt dat het niet binnen het onderzoeksprogramma van de faculteit valt, dan pas ik het voorstel op papier een beetje aan. Windowdressing; iedere onderzoeker doet het, anders krijgt hij geen geld. Als de decaan zegt dat we onze haren groen moeten verven om onderzoeksgeld te krijgen, dan verven we onze haren groen. En als ons van bovenaf wordt opgelegd dat we moeten samenwerken met bepaalde onderzoeksgroepen, dan spreken we onderling af elkaar vooral met rust te laten. Eigenlijk is dit heel erg, dat besef ik. Het kost ook zoveel tijd en geld. Maar het is mijn enige verdediging tegen managers die mij proberen voor te schrijven wat ik moet onderzoeken, met wie en hoe. Het onderzoeksklimaat in Nederland wordt almaar slechter, de ruimte voor vrij onderzoek steeds kleiner. Wetenschappers zijn steeds afhankelijker van geld uit het bedrijfsleven en worden in ongewenste samenwerkingsverbanden gedirigeerd. Albert Einstein zou hier allang kopje-onder zijn gegaan.&amp;quot;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Oftewel: geef iedere onderzoeker zijn eigen eiland. Academische vrijheid voorop, l'art pour l'art?&lt;br/&gt;&amp;quot;Niet helemaal, want je mag een wetenschapper gerust afrekenen op zijn resultaten. Publicaties in wetenschappelijke tijdschriften, college-evaluaties van studenten, dat soort dingen. Vakbroeders mogen zelfs vraagtekens bij de maatschappelijke relevantie van de onderzoeksonderwerpen plaatsen. Als een onderzoeker al jaren bezig is met de drieëntwintigste variant van een onbeduidend model, zeg hem dan alsjeblieft: Sir, you deal in a highly sophisticated way with higly redundant topics. Bij een negatieve evaluatie moet je hard durven zijn. Maar in Nederland gebeurt dat nauwelijks, er heerst hier een cultuur van elkaar de hand boven het hoofd houden.&amp;quot;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Maar de kwaliteit van onderwijs en onderzoek wordt regelmatig getoetst. U krijgt toch ook wel eens bezoek van een visitatiecommissie? &lt;br/&gt;&amp;quot;Bij de visitatiemethode van de VSNU (Vereniging van universiteiten - TM) blijven de slecht presterende wetenschappers en leerstoelen buiten schot. De VSNU beoordeelt namelijk alleen onderzoeksprogramma's, en niet individuele leerstoelen of hoogleraren. De faculteiten houden incompetente wetenschappers buiten de belangrijkste onderzoeksprogramma's om over de hele linie een positieve beoordeling te krijgen. Ook visitatiecommissies richten zich teveel op organisatieblokken, en te weinig op de individuele onderzoeker.&amp;quot; &lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Stel dat de visitatiecommissie iedere hoogleraar individueel beoordeelt. Levert dat een ander visitatierapport op?&lt;br/&gt;&amp;quot;Jazeker, dan komt de middelmaat boven tafel. Het gebeurt te vaak dat de lievelingsstudent van de hoogleraar bij de leerstoel blijft hangen. Nadat hij tien jaar universitair hoofddocent is geweest, krijgt hij een positie als hoogleraar aangeboden. De externe personeelsadvertentie is alleen voor de vorm, inteelt regeert. In Duitsland worden aanstellingen van hoogleraren landelijk gecontroleerd. Universiteiten zijn zelfs verplicht de cv's van de kandidaten op te sturen naar het ministerie van onderwijs. Vriendjespolitiek krijgt zo geen kans, alleen kwaliteit telt. Dat zou ik in Nederland ook willen.&amp;quot;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;Op Nederlandse universiteiten regeert de inteelt: u maakt zich niet populair met zulke uitspraken.&lt;br/&gt;&amp;quot;Dat hoeft ook niet. Het is mijn academische plicht om kritisch naar de maatschappij te kijken, niet om mee te huilen met de wolven.&amp;quot;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;&lt;br/&gt;© Tonie Mudde (2003)</description>
      <enclosure url="http://www.toniemudde.nl/Tonie_Mudde/Artikelen/Artikelen/2003/4/19_Universiteit_NL_files/logo_1.jpg" length="15826" type="image/jpeg"/>
    </item>
  </channel>
</rss>

